Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ3658

Datum uitspraak2004-07-21
Datum gepubliceerd2004-07-21
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200400543/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 25 november 2003 heeft verweerder krachtens artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer (hierna: het Besluit) nadere eisen gesteld met betrekking tot het fitnesscentrum “Fitzone” op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 11 december 2003 ter inzage gelegd.


Uitspraak

200400543/1. Datum uitspraak: 21 juli 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Woensdrecht, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 25 november 2003 heeft verweerder krachtens artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer (hierna: het Besluit) nadere eisen gesteld met betrekking tot het fitnesscentrum “Fitzone” op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 11 december 2003 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 19 december 2003, bij de Raad van State ingekomen op 20 januari 2004, beroep ingesteld. Bij brief van 24 maart 2004 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 juli 2004, waar appellant, in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. D.M.A.A. Oostvogels en ing. R.E.S.S. Vliex, gemachtigden, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder nadere eisen gesteld die tot doel hebben de geluidhinder als gevolg van het fitnesscentrum voor omwonenden te beperken. Zo heeft verweerder bij nadere eis geluidgrenswaarden voor het equivalente geluidniveau gesteld die lager zijn dan de in voorschrift 1.1.1 van bijlage 2 bij het Besluit opgenomen waarden. Voorts strekken de nadere eisen er onder meer toe dat tijdens de aerobiclessen de deuren en ramen gesloten moeten worden gehouden en dat de muziekinstallatie in de aerobiczaal voorzien moet zijn van een geluidbegrenzer. Verweerder heeft bij de totstandkoming van het besluit paragraaf 3.5.6 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. 2.2. Appellant, omwonende van het fitnesscentrum, heeft betoogd dat verweerder in de nadere eisen tevens had moeten bepalen dat de wanden van de zaal waarin de aerobiclessen worden gegeven moeten worden geïsoleerd. 2.3. Deze beroepsgrond richt zich niet tegen het bestreden besluit en kan om die reden niet slagen. Voorzover appellant bedoeld heeft te betogen dat de geluidgrenswaarden niet worden nageleefd overweegt de Afdeling dat ook deze grond geen betrekking heeft op de rechtmatigheid van het ter beoordeling staande besluit en om die reden niet kan slagen. De Algemene wet bestuursrecht voorziet overigens in de mogelijkheid voor verweerder tot het treffen van maatregelen die strekken tot het afdwingen van de naleving van de voor de inrichting ingevolge het Besluit geldende voorschriften en van de ingevolge het bestreden besluit geldende nadere eisen en voor appellant om aan verweerder daartoe een verzoek te doen. 2.4. Het beroep is ongegrond. 2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat. w.g. Brink w.g. Van Hardeveld Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2004 312-431.