Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ2953

Datum uitspraak2004-07-15
Datum gepubliceerd2004-07-20
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers09/753119-04; 09/752121-01 (tul)
Statusgepubliceerd


Indicatie

[...] Verdachte heeft gedurende een periode van een half jaar samen met [medeverdachte] amfetamine verkocht en verstrekt. De schadelijke gevolgen van harddrugsgebruik voor de volksgezondheid en de nadelige bij-effecten van de handel in verdovende middelen zijn algemeen bekend. Mede daarom dient streng tegen dergelijke delicten te worden opgetreden. Dat verdachte volgens zijn verklaring niet uit winstbejag handelde, doet daaraan niets af. Voorts heeft verdachte hoeveelheden GHB voorhanden gehad, welke stof eveneens grote gevaren voor de gezondheid kan opleveren. [...]


Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE KAMER (VERKORT VONNIS) parketnummers 09/753119-04; 09/752121-01 (tul) rolnummers 0011; 0012 's-Gravenhage, 15 juli 2004 De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], adres: [adres], thans preventief gehecht in het Penitentiair Complex Scheveningen, JeugdHuis van Bewaring De Sprang, Unit 3, te ´s-Gravenhage. De terechtzitting. Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 01 juli 2004. De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr L.P.H. de Milliano, advocaat te Katwijk, is ter terechtzitting verschenen en gehoord. De officier van justitie mr Barkhuijsen heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2, 4, 5 en 6 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 81, 83, 87, 88, 91, 99, 100 en 101 zullen worden verbeurdverklaard, en dat de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 79, 82, 89, 90, 96, 102 en 103 zullen worden ontrokken aan het verkeer. De voorwerpen genummerd 77, 78, 80, 84 (doosje), 92, 93, 94, 95, 97 en 98 kunnen worden teruggegeven aan verdachte, het voorwerp genummerd 85 kan worden teruggegeven aan [benadeelde partij 1] en het voorwerp genummerd 86 kan worden teruggegeven aan [benadeelde partij 2]. Voorts heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf, waartoe verdachte bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank d.d. 28 februari 2002 is veroordeeld, te weten 5 maanden gevangenisstraf. De telastlegging. Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de bijgevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A. Nummering van de telastlegging. De rechtbank merkt op dat tengevolge van een kennelijke schrijffout het 3e, 4e en 5e telastgelegde feit zijn genummerd als 4, 5 en 6. Er is derhalve geen feit 3 telastgelegd. Vrijspraak. De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 4, 5 en 6 is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij vier viagra-pillen heeft gehad, waarvan hij er twee heeft weggegeven. Of dit ook daadwerkelijk viagra-pillen waren kan echter niet worden vastgesteld. Er zijn immers geen viagra-pillen bij verdachte of de medeverdachte aangetroffen, zodat een deskundigenrapport over de samenstelling van de pillen ontbreekt. Het valt bovendien niet uit te sluiten dat de pillen vervalsingen waren en mogelijk andere bestanddelen bevatten dan echte viagra-pillen. Daarnaast acht de rechtbank op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 en 5 telastgelegde in Rijnsburg heeft begaan, aangezien de wapens zijn aangetroffen in de woning van verdachte in [woonplaats]. De bewijsmiddelen. P.M. Bewijsoverweging. Ten aanzien van het onder 2 telastgelegde overweegt de rechtbank in het bijzonder het navolgende. Hoewel zich in het dossier geen rapport van het Nederlands Forensisch Instituut bevindt, neemt de rechtbank toch aan dat de bij verdachte aangetroffen vloeistof de stof GHB betreft. Uit de bij de Opiumwet behorende Lijst II blijkt dat GHB uit slechts één werkzame stof, te weten 4-hydroxyboterzuur, bestaat. De rechtbank trekt hierbij een parallel naar cocaïne en heroïne waarbij, krachtens vaste jurisprudentie, van gebruikersverklaringen mag worden uitgegaan voor wat betreft de constatering dat het materiaal daadwerkelijk de werkzame stof bevat. In het onderhavige geval heeft verdachte zelf verklaard dat hij GHB in huis had en heeft gebruikt. De bewezenverklaring. Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte. Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar. De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden. Strafmotivering. Na te melden straf, bijkomende straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft gedurende een periode van een half jaar samen met [medeverdachte] amfetamine verkocht en verstrekt. De schadelijke gevolgen van harddrugsgebruik voor de volksgezondheid en de nadelige bij-effecten van de handel in verdovende middelen zijn algemeen bekend. Mede daarom dient streng tegen dergelijke delicten te worden opgetreden. Dat verdachte volgens zijn verklaring niet uit winstbejag handelde, doet daaraan niets af. Voorts heeft verdachte hoeveelheden GHB voorhanden gehad, welke stof eveneens grote gevaren voor de gezondheid kan opleveren. Blijkens een verdachte betreffend Uittreksel Justitieel Documentatieregister d.d. 31 maart 2004, is verdachte reeds eerder voor soortgelijke Opiumwetdelicten veroordeeld waaruit verdachte kennelijk geen lering heeft getrokken. Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel van het opleggen van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is. Inbeslaggenomen voorwerpen. De rechtbank zal de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 81, 83, 87, 88, 91, 99, 100 en 101 verbeurdverklaren, zijnde deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met betrekking tot, dan wel met behulp van deze aan verdachte toebehorende voorwerpen de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten zijn begaan, dan wel voorbereid. De rechtbank zal de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 79, 82, 89, 90, 96, 102 en 103 onttrekken aan het verkeer, zijnde deze voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen genummerd 79, 82, 89, 90 en 96 de bewezenverklaarde feiten zijn begaan en deze aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen genummerd 102, 103 bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten, zijn aangetroffen, terwijl voldoende aannemelijk is dat deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De rechtbank zal de teruggave aan [benadeelde partij 1] gelasten van het blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 85, te weten een zilvergrijs telefoontoestel, merk Samsung. De rechtbank zal de teruggave aan [benadeelde partij 2] gelasten van het blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 86, te weten een zilvergrijs telefoontoestel met print. De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 77, 78, 80, 84, 92, 93, 94, 95, 97 en 98. Vordering tenuitvoerlegging. De rechtbank acht termen aanwezig voor toewijzing van de vordering van de officier van justitie van 01 juni 2004 tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf, waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank d.d. 28 februari 2002, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd, die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan soortgelijke feiten. De toepasselijke wetsartikelen. De op te leggen straf, bijkomende straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen: - 14g, 24, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht; - 2, 3, 10, 11 en 13a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijsten I en II. Beslissing. De rechtbank, verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 4, 5 en 6 telastgelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: ten aanzien van feit 1: MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 2, ONDER B, VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD, MEERMALEN GEPLEEGD; ten aanzien van feit 2: OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET HET IN ARTIKEL 3, ONDER C, VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD; verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar; veroordeelt de verdachte tot: een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 15 MAANDEN; bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; in verzekering gesteld op : 29 maart 2004, in voorlopige hechtenis gesteld op : 01 april 2004, verklaart verbeurd de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 81, 83, 87, 88, 91, 99, 100 en 101; verklaart onttrokken aan het verkeer de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 79, 82, 89, 90, 96, 102, 103; gelast de teruggave aan [benadeelde partij 1] van het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 85, te weten een zilvergrijs telefoontoestel, merk Samsung; gelast de teruggave aan [benadeelde partij 2] van het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 86, te weten een zilvergrijs telefoontoestel met print; gelast de teruggave aan verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 77, 78, 80, 84, 92, 93, 94, 95, 97 en 98; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank d.d. 28 februari 2002, gewezen onder parketnummer 09/752121-01, te weten: GEVANGENISSTRAF voor de duur van 5 MAANDEN. Dit vonnis is gewezen door mrs Verkleij, voorzitter, Van den Boom en Zuidema, rechters, in tegenwoordigheid van mr Schuurmans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juli 2004.