
Jurisprudentie
AQ2872
Datum uitspraak2004-07-16
Datum gepubliceerd2004-07-20
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers09/037228-04
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-07-20
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers09/037228-04
Statusgepubliceerd
Indicatie
[...] Verdachte heeft zich op 25 maart 2004 samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een filiaal van de [benadeelde partij 2] te [vestigingsplaats] als in de bewezenverklaring omschreven. Verdachte, die manager was van het betreffende filiaal, heeft met een van de mededaders de overval voorbereid. Verdachte heeft de achterdeur van het filiaal geopend, zodat zijn mededaders naar binnen konden gaan. Om zijn betrokkenheid bij de overval te camoufleren, zijn de handen van verdachte eveneens vastgebonden en heeft hij zich samen met de nog aanwezige medewerkster op het toilet laten opsluiten. Daar heeft hij tevens de medewerkster ervan weerhouden de politie te bellen, door haar te waarschuwen dat de overvallers het bellen wellicht zouden horen. [...]
Uitspraak
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
SECTOR STRAFRECHT
MEERVOUDIGE KAMER
(VERKORT VONNIS)
parketnummer 09/037228-04
rolnummer 0014
's-Gravenhage, 16 juli 2004
De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [adres],
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Rijnmond", HvB De Schie te Rotterdam.
De terechtzitting.
Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 2 juli 2004.
De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. P.J.W. de Water, advocaat te Katwijk aan Zee, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.
Er hebben zich twee benadeelde partijen gevoegd.
De officier van justitie mr. Meulmeester heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerp zal worden verbeurdverklaard.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
De telastlegging.
Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.
De bewijsmiddelen.
P.M.
De bewezenverklaring.
Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding telastgelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.
De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.
Strafmotivering.
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 25 maart 2004 samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een filiaal van de [benadeelde partij 2] te [vestigingsplaats] als in de bewezenverklaring omschreven. Verdachte, die manager was van het betreffende filiaal, heeft met een van de mededaders de overval voorbereid. Verdachte heeft de achterdeur van het filiaal geopend, zodat zijn mededaders naar binnen konden gaan. Om zijn betrokkenheid bij de overval te camoufleren, zijn de handen van verdachte eveneens vastgebonden en heeft hij zich samen met de nog aanwezige medewerkster op het toilet laten opsluiten. Daar heeft hij tevens de medewerkster ervan weerhouden de politie te bellen, door haar te waarschuwen dat de overvallers het bellen wellicht zouden horen.
De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij het vertrouwen van zijn werkgeefster en van zijn collega ernstig heeft geschonden en dat hij niet heeft stilgestaan bij de gevolgen die dergelijke traumatische gebeurtenissen kunnen hebben voor zijn collega, terwijl het verdachte en zijn mededaders alleen maar ging om hun eigen geldelijke gewin. Wat betreft de ernst van het feit wordt mede in aanmerking genomen dat overvallen als de onderhavige, waarbij gebruik is gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, er aan bijdraagt dat de bij burgers in het algemeen reeds bestaande gevoelens van onveiligheid en onrust blijven bestaan en worden versterkt.
De rechtbank heeft kennis genomen van een betreffende verdachte op 1 juli 2004 opgemaakt reclasseringsrapport en een op naam van verdachte staand uittreksel van het justitieel documentatieregister d.d. 29 maart 2004, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
Gezien het bovenvermelde acht de rechtbank na te noemen deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.
Inbeslaggenomen voorwerpen.
De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen met parketnummer 09/037228-04 genummerd 31 en 32, te weten een telefoontoestel, meerkleurig, merk SONY ERICSSON en een telefoonkaart, ORANGE simkaart.
De vorderingen van de benadeelde partijen.
[benadeelde partij 1], wonende te [adres], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 140,19.
Deze vordering is door de verdediging niet weersproken, en is door de bij het Voegingsformulier gevoegde bescheiden gestaafd, terwijl die vordering, die eenvoudig van aard is, rechtstreeks - naar uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken - haar grondslag vindt in het bij dagvaarding aan verdachte telastgelegde en bewezenverklaarde feit.
De rechtbank bepaalt derhalve dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering en zal deze vordering toewijzen.
[benadeelde partij 2], gevestigd [adres], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 40.140,=.
De rechtbank zal deze benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.
Schadevergoedingsmaatregel.
Nu verdachte jegens slachtoffer [benadeelde partij 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 140,19 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij 1].
De toepasselijke wetsartikelen.
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:
- 14a, 14b, 14c, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing.
De rechtbank,
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN EN OM BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD AAN ZICHZELF EN AAN ZIJN MEDEDADERS HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WERD GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;
verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;
bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
in verzekering gesteld op : 26 maart 2004,
in voorlopige hechtenis gesteld op : 29 maart 2004,
gelast de teruggave aan verdachte van het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen met parketnummer 09/037228-04, genummerd 31 en 32, te weten: 1 telefoontoestel, meerkleurig, merk SONY ERICSSON en 1 telefoonkaart, ORANGE simkaart;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe en veroordeelt verdachte:
om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij 1], wonende te [adres], een bedrag van € 140,19, des dat indien één of meer van de mededaders van verdachte ([mededader 1], [mededader 2] en [mededader 3]) dit bedrag hebben voldaan, verdachte zal zijn gekweten, met veroordeling tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot deze uitspraak begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 140,19 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij 1], des dat indien één of meer van de mededaders van verdachte ([mededader 1], [mededader 2] en [mededader 3]) dit bedrag hebben voldaan, verdachte zal zijn gekweten,;
bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 dagen;
bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet ontvankelijk is in haar vordering tot schadevergoeding, en dat deze haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mrs Van Rossum, voorzitter,
De Ruiter en Wapenaar, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. De Koning, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 juli 2004.
Mrs De Ruiter en Wapenaar zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.