
Jurisprudentie
AQ2363
Datum uitspraak2004-03-31
Datum gepubliceerd2004-07-27
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers170113 / FA RK 03-5750
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-07-27
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers170113 / FA RK 03-5750
Statusgepubliceerd
Indicatie
Voortvarendheid gemeente, dringende redenen voor afzien van verhaal.
Uitspraak
Rechtbank Utrecht
BESCHIKKING
van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van:
de gemeente Utrecht,
verzoekende partij,
hierna te noemen de gemeente,
- tegen -
[de man],
wonende te [woonplaats],
verweerder,
hierna te noemen de man,
procureur mr. A.M.B. Leerkotte.
1. Verloop van de procedure
De gemeente heeft een verzoekschrift met bijlagen ter griffie van deze rechtbank ingediend waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd en welk verzoek strekt tot verhaal van bijstand.
De man heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd.
Er zijn van de zijde van de man nader stukken ontvangen.
De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 1 maart 2004.
2. Vaststaande feiten
2.1. De man is gehuwd geweest met [de vrouw].
Op 2 april 1990 is hun huwelijk door inschrijving van het echtscheidingsvonnis in
de registers van de burgerlijke stand ontbonden.
2.2. De minderjarige kinderen van de man en [de vrouw] zijn:
[kind I], geboren op 27 mei 1986 te distrikt Marowijne, Suriname,
[kind II], geboren op 1 november 1990 te Utrecht.
2.3. Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 16 november 1994 is de door de man te betalen verhaalsbijdrage met ingang van 1 maart 1993 vastgesteld op € 181,52 per maand.
2.4. De gemeente verstrekt sinds 1 februari 1994 bijstand aan [de vrouw] mede ten behoeve van de minderjarigen naar de norm van een eenoudergezin. Deze bijstandsverlening wordt tot op heden voortgezet tot een bedrag van laatstelijk € 865,14 netto per maand.
2.5. Bij brief van 15 maart 2002 heeft de gemeente in het kader van de wettelijke heronderzoekplicht de man in kennis gesteld van zijn onderhoudsverplichting jegens zijn minderjarige kinderen en verzocht financiële gegevens over te leggen teneinde te kunnen beoordelen of de opgelegde verhaalsbijdrage nog voldoet aan de wettelijke maatstaven. Bij brief van 5 april 2002 heeft de gemeente de man nogmaals verzocht de gevraagde gegevens te verstrekken.
2.6. Bij brief van 25 april 2002 heeft de gemeente de man verzocht aanvullende gegevens te verstrekken.
2.7. Bij brief van 14 mei 2002 hebben burgemeester en wethouders van de gemeente de man op de hoogte gesteld dat zij op grond van de door de man verstrekte financiële gegevens het verhaalsbedrag hebben vastgesteld op
€ 296,- per maand met ingang van 1 mei 2002.
2.8. Op 23 oktober 2002 heeft de gemeente de man een aanmaning tot betaling gezonden en medegedeeld dat zij tot verhaal in rechte zal overgaan, indien (verdere) betaling uitblijft. Blijkens de brief van de gemeente aan de man van 11 november 2002 is nadien een betalingsregeling getroffen. De man is deze niet nagekomen.
2.9. De gemeente heeft op 24 november 2003 besloten over te gaan tot verhaal in rechte van de kosten van bijstand en heeft op 25 november 2003 een verzoek-schrift bij deze rechtbank ingediend.
3. Beoordeling van het verzochte
3.1. verzoek gemeente
Ter terechtzitting heeft de gemeente haar verzoek gewijzigd. De gemeente heeft verzocht de beschikking van deze rechtbank d.d. 16 november 1994 te wijzigen en de door de man te betalen verhaalsbijdrage over de periode van 1 mei 2002 tot 1 januari 2003 vast te stellen op € 170,- per maand, over de periode van 1 januari 2003 tot 1 mei 2004 vast te stellen op € 136,- per maand en met ingang van 1 mei 2004 vast te stellen op € 199,- per maand.
3.2. verweer man
Primair heeft de man gesteld dat de gemeente niet ontvankelijk is in haar verzoek.
De man heeft subsidiair gesteld dat het verzoek van de gemeente dient te worden afgewezen. Hij heeft aan zijn stelling ten grondslag gelegd dat de gemeente, na het nemen van het verhaalsbesluit, te lang heeft gewacht met het indienen van een
verzoekschrift.
Tevens heeft de man aangevoerd dat hij geen draagkracht heeft om de verzochte verhaalsbijdrage te voldoen. Hij heeft aangevoerd dat de gemeente bij haar berekening geen rekening heeft gehouden met de aflossing van de schulden bij Wehkamp, REMU en Abn Amro Bank. Tevens heeft de man aangevoerd dat de gemeente geen rekening heeft gehouden met de uitvaartverzekering, de verwervingskosten, de rechtsbijstandverzekering en de advocaatkosten en dat de gemeente is uitgegaan van een te laag bedrag aan kosten omgangsregeling.
Voorts heeft de man aangevoerd dat de gemeente dient af te zien van verhaal voor de bijdrage ten behoeve van [kind I] wegens dringende redenen.
Ter terechtzitting heeft de man aangevoerd dat de met ingang van 1 mei 2004 verzochte verhaalsbijdrage ad € 199,- per maand de behoefte van de minderjarige [kind II] te boven gaat.
3.3. ontvankelijkheid
Nu bij beschikking van deze rechtbank d.d. 16 november 1994 de door de man te betalen verhaalsbijdrage met ingang van 1 maart 1993 is vastgesteld op € 181,52 per maand, ziet de rechtbank geen aanleiding om de gemeente niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek. De rechtbank zal het verzoek van de man hieromtrent dan ook afwijzen.
3.4. dringende redenen
De man heeft gesteld dat de gemeente dient af te zien van verhaal voor de bijdrage ten behoeve van [kind I] wegens dringende redenen. Hij heeft aan zijn stelling ten grondslag gelegd dat hij [kind I] ten tijde van het huwelijk met [de vrouw] heeft erkend zonder rekening te houden met de eventuele consequenties van de erkenning. De man heeft aangegeven dat [kind I] geen biologisch kind van hem is en dat hij geen verzoek meer kan indienen om de erkenning op deze grond te laten vernietigen. De man heeft geen affectieve band met [kind I] opgebouwd en hij heeft thans geen omgang met [kind I]. De man heeft verklaard dat een verhoging van de verhaalsbijdrage ten behoeve van [kind I] ernstige psychische problemen met zich mee zal brengen en dat hij depressieve klachten en suïcidale neigingen heeft in verband met de onderhavige verhaalsprocedure.
De gemeente heeft zich hiertegen verweerd.
De rechtbank overweegt als volgt. De man heeft zijn stelling dat [kind I] niet zijn biologische kind is niet door middel van stukken of anderszins onderbouwd. Voorts heeft de man de psychische problemen, de depressieve klachten en suïcidale neigingen niet door middel van stukken aannemelijk gemaakt. Reeds hierom kon de gemeente redelijkerwijs geen dringende redenen aanwezig achten om af te zien van verhaal.
3.5. voortvarendheid gemeente
De rechtbank overweegt dat de gemeente binnen een maand na de brief van 11 november 2002 heeft kunnen vaststellen dat de man in gebreke bleef te betalen.
De gemeente heeft ter zitting niet kunnen verklaren waarom ruim tien maanden moesten verstrijken, voordat het verzoekschrift is ingediend, hoewel het de gemeente door het uitblijven van betalingen duidelijk zou moeten zijn dat zij in der minne niet tot verhaal zou geraken.
Naar het oordeel van de rechtbank kan de gemeente in redelijkheid binnen zes maanden na haar aanzegging tot bijstandsverhaal c.q. het duidelijk worden dat betaling in der minne niet zou geschieden een verzoekschrift ter griffie indienen - en behoort de gemeente zulks derhalve te doen - in het geval, zoals hier, dat niet in der minne wordt betaald en er tussen de gemeente en de man geen (verdere) uitwisseling van argumenten plaatsvindt.
De redelijkheid brengt mee dat vertragingen die deze periode van zes maanden te boven gaan in beginsel voor rekening van de gemeente komen en blijven. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die tot het maken van een uitzondering op dit beginsel nopen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de man niet zelf het initiatief kan nemen een hem aangezegd besluit, dat de gemeente tot bijstandsverhaal overgaat, aan de rechter ter toetsing voor te leggen. De man is daarvoor geheel van de gemeente afhankelijk, terwijl de som waarvoor verhaal wordt gezocht toeneemt naarmate de gemeente langer wacht met het adiëren van de rechter. Aldus wordt het risico van niet betalen, althans niet reserveren, van het door de gemeente in de aanzegging genoemd bedrag geheel gelegd bij de man en zulks gedurende een reeks van maanden.
De slotsom luidt dat de gemeente met betrekking tot het verhaalsbesluit in redelijkheid, wat betreft het verleden, slechts bijstandsverhaal toekomt over tijdvakken die zijn gelegen tot zes maanden voor de eerste dag van de maand van het indienen van het verzoek-schrift, te weten over de periode vanaf 1 mei 2003, zulks in principe behoudens de verdere verweren van de man.
De rechtbank ziet geen grond voor een latere ingangsdatum, nu de brieven van de gemeente aan de man duidelijk zijn omtrent de verschuldigdheid en de hoogte van de verhaalsbijdrage en er geen sprake kan zijn van in rechte te honoreren gewekte verwach-tingen bij de man dat hij niet langer een verhaalsbijdrage zou behoeven te voldoen.
3.6. behoefte kinderen
De man heeft gesteld dat de met ingang van 1 mei 2004 verzochte verhaalsbijdrage ad € 199,- per maand de behoefte van de minderjarige [kind II] te boven gaat.
Met ingang van 1 mei 2004 is de man enkel onderhoudsplichtig ten aanzien van [kind II].
De behoefte van kinderen wordt in beginsel bepaald overeenkomstig de door de rechtbank in zaken als de onderhavige als uitgangspunt genomen Nibud-normen.
In het algemeen dient bij de Nibud-normen te worden uitgegaan van het netto gezinsin-komen ten tijde van het huwelijk. Bij gebrek aan financiële gegevens zal de rechtbank uitgaan van het huidige inkomen van de man, te weten € 1.411,71 netto per maand, exclusief vakantietoeslag.
Uitgaande van voornoemd gezinsinkomen en van de leeftijd van Whitney begroot de rechtbank de behoefte van Whitney op ongeveer € 213,- per maand.
De verzochte verhaalsbijdrage ad € 199,- per maand gaat de behoefte van Whitney dan
ook niet te boven.
3.7. draagkracht
Blijkens de door de gemeente overgelegde draagkrachtberekening houdt de gemeente rekening met de bijstandsnorm voor een alleenstaande, het inkomen van de man, de aanvullende premie ziektekostenverzekering, de woonlasten en de contributie voor de vakbond, zodat ten aanzien van deze punten geen geschil bestaat.
Ter terechtzitting heeft de gemeente ingestemd met de door de man opgevoerde kosten omgangsregeling ad € 30,- per maand, de premie voor de uitvaartverzekering ad € 9,61 per maand, de verwervingskosten ad € 59,58 per maand en de rechtsbijstandsverzekering.
Nu de man de schuld bij Wehkamp is aangegaan in een periode waarin hij van zijn onderhoudsplicht op de hoogte was en de man de noodzaak van het aangaan van de schuld niet, althans onvoldoende, heeft aangetoond, zal de rechtbank bij de draagkrachtberekening van de man de schuld bij Wehkamp buiten beschouwing laten.
De rechtbank zal bij de draagkrachtberekening van de man geen rekening houden met de aflossing op de schuld bij de Remu, aangezien de schuld is ontstaan door het niet voldoen aan een reguliere betalingsverplichting.
De man heeft verklaard dat hij een schuld van € 10.000,- bij de Abn Amro Bank is aangegaan voor de aanschaf van een huis in Suriname. Hij heeft aangegeven dat hij onder andere door zijn financiële problemen overspannen is geraakt en dat hij voorne-mens is om weer in Suriname te gaan wonen. De man heeft aangevoerd dat hij geduren-de tien jaar werkzaam is geweest via een uitzendbureau en dat hij in deze jaren geen pensioen heeft opgebouwd. Bij zijn huidige werkgever bouwt hij een karig pensioen op. De man heeft gesteld dat de woning in Suriname beschouwd dient te worden als een aanvullende oudedagsvoorziening en dat bij zijn draagkrachtberekening rekening dient te worden gehouden met de maandelijkse aflossing ad € 80,- op de schuld.
De gemeente heeft zich hiertegen verweerd. De gemeente heeft aangevoerd dat de man in zijn huidige dienstverband pensioen opbouwt.
De rechtbank overweegt als volgt. Nu de man niet, althans onvoldoende, aannemelijk heeft gemaakt dat hij een zodanig groot pensioengat heeft dat de schuld bij de Abn Amro Bank voorrang dient te hebben boven de verplichting die de man heeft ten opzichte van zijn kinderen, zal de rechtbank bij de draagkrachtberekening van de man geen rekening houden met de schuld bij de Abn Amro Bank.
Volgens de Tremanormen worden advocaatkosten niet beschouwd als een noodzakelijke last die voorrang heeft boven de onderhoudsverplichting. Dit is slechts anders in bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld indien er sprake is van een hoge bijdrage ingeval van gefinancierde rechtshulp geen liquide middelen aanwezig zijn of binnen korte termijn te verwachten. De man heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat van een dergelijke situatie sprake is, zodat de rechtbank een bedrag van
€ 31,38 per maand voor de duur van een jaar in mindering zal brengen op zijn draagkracht.
Gezien het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de man in de periode van 1 mei 2003 tot 1 mei 2004 in staat is om een verhaalsbijdrage van € 132,- per maand te voldoen.
In de periode van 1 mei 2004 tot 1 mei 2005 is de man in staat om een verhaalsbijdrage van € 160,- per maand te voldoen.
De man is met ingang van 1 mei 2005 in staat om een verhaalsbijdrage van € 180,- per maand te voldoen.
De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Het verzoek van de gemeente dat de man de ontstane betalingsachterstand dient af te lossen in bedragen van € 148,- per maand zal worden afgewezen. De rechtbank acht het redelijk dat de man de ontstane betalingsachterstand zal aflossen in bedragen van € 75,- per maand en zal dienovereenkomstig beslissen.
4. Beslissing
De rechtbank:
4.1. wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 16 november 1994;
4.2. stelt vast dat de man terzake van reeds gemaakte en nog te maken kosten van bijstand in de periode van 1 mei 2003 tot 1 mei 2004 € 132,- (honderd twee en dertig euro) per maand aan de gemeente verschuldigd is;
4.3. stelt vast dat de man terzake van nog te maken kosten van bijstand in de periode van 1 mei 2004 tot 1 mei 2005 € 160,- (honderd zestig euro) per maand aan de gemeente verschuldigd is;
4.4. stelt vast dat de man terzake van nog te maken kosten van bijstand met ingang van 1 mei 2005 € 180,- (honderd tachtig euro) per maand aan de gemeente verschuldigd is;
4.5. bepaalt dat de man het verschuldigde verhaalsbedrag met ingang van de maand volgende op die waarin deze beslissing is gegeven maandelijks aan de gemeente zal voldoen, zolang de bijstandsverlening aan [de vrouw] voortduurt;
4.6. bepaalt dat de man de in de periode van 1 mei 2003 tot 1 april 2004 ontstane achterstand, zijnde in totaal een bedrag van € 1.452,-, dient af te lossen in bedragen van € 75,- (vijf en zeventig euro) per maand, met ingang van het in 4.5. vermelde tijdstip, totdat de achterstand in betalingen geheel zal zijn voldaan;
4.7. veroordeelt de man in geval van niet tijdige betaling van hetgeen hij aan de gemeente verschuldigd is tot betaling ineens van de hierboven vermelde achter-stallige bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de man in verzuim is;
4.8. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.9. wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;
4.10. compenseert de kosten van deze procedure aldus dat beide partijen de eigen kosten dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C.M. van Laar, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Tichelaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2004.