Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ1742

Datum uitspraak2004-07-15
Datum gepubliceerd2004-07-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
Zaaknummers13/008014-04
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte wordt, zakelijk samengevat, verdacht van het gebruikmaken van de faciliteiten van UPC zonder daarvoor te betalen en het zich schuldig maken aan het medeplegen van poging tot oplichting.


Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: [nummer] Datum uitspraak: 15 juli 2004 op tegenspraak VERKORT VONNIS van de rechtbank Amsterdam, achtste meervoudige kamer A, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 1 juli 2004 en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de politierechter in deze rechtbank van 19 april 2004, waarbij de politierechter de zaak heeft verwezen naar de meervoudige kamer. 1. Telastelegging Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht. De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd. 2. Voorvragen … 3. Waardering van het bewijs De rechtbank acht het onder 1. en 2. telastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt als volgt. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte - zakelijk samengevat - gebruik heeft gemaakt van de faciliteiten van U.P.C. zonder daarvoor te betalen en zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van poging tot oplichting. Uit het dossier zijn de volgende belastende omstandigheden af te leiden: - de aangifte en de aanvullende aangifte van U.P.C., d.d. respectievelijk 12 september 2003 en 7 januari 2004, inhoudende onder meer dat zogenaamde spam-mail wordt verstuurd vanaf bepaalde adressen en via illegale aansluitingen en dat de inhoud van die spam Advance Fee Fraude, ook wel aangeduid als spam 419, betreft; - het proces-verbaal van bevindingen betreffende perceel [adres] te Amsterdam, d.d. 12 januari 2004, inhoudende onder meer: a. dat het perceel [adres] een fysieke locatie is van waaruit door middel van een illegaal kabelmodem een internetverbinding bestaat, waarover spam-mail is verzonden; b. dat daarnaast kennelijk een legaal modem wordt gebruikt voor het beantwoorden van de reacties op de spam-mail van potentiële slachtoffers; - het aantreffen van een computer in die woning; - het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 januari 2004, inhoudende dat zich in de aangetroffen computer documenten en applicaties bevinden die mogelijk verband houden met de door de officier van justitie telastegelegde oplichtingspraktijken; - het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 30 januari 2004, opgemaakt door [officier van justitie], waarin wordt vermeld dat op het adres [adres] in een afgesloten ruimte door haar: a. een zogenaamde strijkplankopstelling is geconstateerd, inhoudende dat een strijkplank staat opgesteld met daarop een groot vel papier met daarop namen van personen of bedrijven; dat deze opstelling typerend zou zijn voor de West-Afrikaanse fraude; b. is waargenomen dat zich naast de strijkplankopstelling tussen de 6 en 10 mobiele telefoons bevinden. Hieruit leidt de rechtbank af dat er vanuit de woning mogelijk de door de officier van justitie bedoelde oplichtingshandelingen zijn verricht en dat gebruik is gemaakt van een illegale internetaansluiting. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan de betrokkenheid van verdachte hierbij echter niet wettig en overtuigend worden vastgesteld. De aanwezigheid van verdachte in de woning en zijn verklaringen en die van de [medeverdachte] zijn hiervoor onvoldoende. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit het proces-verbaal van 14 april 2004 - betreffende het aantreffen van het e-mail adres van verdachte alsmede twee e-mail berichten met bijlagen op de harde schijf van de computer - niet kan worden afgeleid dat verdachte vanaf die computer e-mails heeft verzonden, of op andere wijze gebruik heeft gemaakt van internetfaciliteiten zonder daarvoor te betalen. Ook is hiermee niet het bewijs geleverd voor de telastegelegde fraude. Al deze omstandigheden in aanmerking nemende is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat verdachte het onder 1. en 2. telastegelegde heeft begaan. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 4. Beslissing Verklaart het onder 1. en 2. telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.A.A.G. de Vries, voorzitter, mrs. F.G. Bauduin en M.J.E. Geradts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Abram, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juli 2004. De voorzitter is buiten staat te tekenen