
Jurisprudentie
AQ1736
Datum uitspraak2004-07-15
Datum gepubliceerd2004-07-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
Zaaknummers13/008008-04
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-07-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
Zaaknummers13/008008-04
Statusgepubliceerd
Indicatie
Verdachte wordt, zakelijk samengevat, verdacht van het gebruikmaken van de faciliteiten van UPC zonder daarvoor te betalen en het zich schuldig maken aan het medeplegen van poging tot oplichting.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: [nummer]
Datum uitspraak: 15 juli 2004
op tegenspraak
VERKORT VONNIS
van de rechtbank Amsterdam, achtste meervoudige kamer A, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en verblijvend op het [adres], [woonplaats].
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
1 juli 2004.
1. Telastelegging
Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht. De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.
2. Voorvragen
…
3. Waardering van het bewijs
De rechtbank acht het onder 1. en 2. telastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt als volgt.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte - zakelijk samengevat - gebruik heeft gemaakt van de faciliteiten van U.P.C. zonder daarvoor te betalen en zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van poging tot oplichting.
Uit het dossier zijn de volgende belastende omstandigheden af te leiden:
- de aangifte en de aanvullende aangifte van U.P.C., d.d. respectievelijk 12 september 2003 en 7 januari 2004, inhoudende onder meer dat zogenaamde spam-mail wordt verstuurd vanaf bepaalde adressen en via illegale aansluitingen en dat de inhoud van die spam Advance Fee Fraude, ook wel aangeduid als spam 419, betreft;
- het proces-verbaal van bevindingen betreffende perceel [adres] te Amsterdam, d.d. 12 januari 2004, waarin het perceel [adres] wordt gelokaliseerd als zijnde een fysieke locatie van waaruit door middel van een illegaal kabelmodem een internetverbinding bestaat, waarover spam-mail is verzonden;
- het aantreffen van een computer in die woning;
- het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 28 januari 2004, inhoudende dat zich in de aangetroffen computer documenten en applicaties bevinden die mogelijk verband houden met de door de officier van justitie telastegelegde oplichtingspraktijken;
- het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2004, waarin melding wordt gemaakt van het feit dat bescheiden en voorwerpen in de woning worden aangetroffen, waarvan wordt gesteld dat die specifiek voorkomen bij de Nigeriaanse fraude methode (spam 419).
Hieruit leidt de rechtbank af dat er vanuit de woning mogelijk de door de officier van justitie bedoelde oplichtingshandelingen zijn verricht en dat gebruik is gemaakt van een illegale internetaansluiting.
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan de betrokkenheid van verdachte hierbij echter niet wettig en overtuigend worden vastgesteld. Het aantreffen van verdachte in de woning, de omstandigheden rond de aanhouding van verdachte en de inhoud van zijn verklaringen en die van zijn [medeverdachte] zijn hiervoor onvoldoende.
De rechtbank merkt daarbij nog op dat de officier van justitie in haar requisitoir onder meer melding heeft gemaakt van het feit dat bij het betreden van het pand de aangetroffen computer aan stond en mail verzond. Nu deze omstandigheden niet terug te vinden zijn in het dossier, kan de rechtbank daarmee geen rekening kan houden.
Al deze omstandigheden in aanmerking nemende is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden gezegd dat verdachte het onder 1. en 2. telastegelegde heeft begaan.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
4. Beslissing
Verklaart het onder 1. en 2. telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.J.E. Geradts, voorzitter,
mrs. F.G. Bauduin en Y.A.A.G. de Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. Abram, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juli 2004.
De jongste rechter is buiten staat te tekenen