
Jurisprudentie
AQ1722
Datum uitspraak2004-07-13
Datum gepubliceerd2004-07-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06-020303-02
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-07-15
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06-020303-02
Statusgepubliceerd
Indicatie
Meisje ter zake van (internet)stalking veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenistraf en een taakstraf
Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN
Meervoudige kamer voor strafzaken
Parketnummer: 06-020303-02
Uitspraak d.d.: 13 juli 2004
tegenspraak / oip
VERKORT VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats], [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 juni 2004.
De tenlastelegging
Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
Zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2001 tot en met 23 juli 2002 te Enschede en/of te Eefde, gemeente Gorssel, in elk geval in Nederland, (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers
- heeft verdachte meerdere, althans een, e-mail(s) met provocerende teksten (betrekking hebbend op onder andere verdachte en/of "[betrokkene 2]" en/of "[betrokkene 3]" en/of "[betrokkene 4]" en/of "[betrokkene 5]") aan een of meer andere perso(o)n(en) verzonden op naam van die [slachtoffer] en/of zich in die e-mail(s) voorgedaan als die [slachtoffer] en/of
- heeft verdachte een of meer e-mail(s) op naam van die [slachtoffer] aan die [slachtoffer] gezonden en/of zich in die e-mail(s) voorgedaan als die [slachtoffer] en/of in die e-mails(s) aan die [slachtoffer] gevraagd wie die [slachtoffer] eigenlijk was en/of gezegd dat zij, verdachte, "[voornaam slachtoffer]" was/heette en/of dat zij, verdachte, aan de [adres slachtoffer] woonde en/of
- heeft verdachte een of meer e-mail(s) (betrekking hebbend op verdachte en/of "[betrokkene 2]") op naam van "[betrokkene 5]" aan die [slachtoffer] gezonden en/of zich via die e-mail(s) voorgedaan als die [betrokkene 5] en/of
- heeft verdachte een of meer e-mail(s) op naam van "[[betrokkene 6]]" (mede betrekking hebbend op verdachte) aan die [slachtoffer] gezonden en/of zich via die e-mail(s) voorgedaan als die "[[betrokkene 6]]" en/of
- heeft verdachte een of meer e-mail(s) op naam van die [slachtoffer] aan een fotograaf ([naam]) gezonden en/of zich via die e-mail(s) voorgedaan als die [slachtoffer] en/of in een of meer van die e-mails een afspraak (voor een zogenaamde "shoot" op 2 april 2002 op het woonadres van die [slachtoffer]) met die fotograaf gemaakt en/of
- heeft verdachte meermalen, althans eenmaal, een (contact)advertentie op naam van die [slachtoffer] geplaatst op de website(s) "www.cu2day.nl" en/of "www.cu2night.nl" en/of een of meer (andere) (sekscontact)website(s) en/of
- heeft verdachte een (contact)advertentie op naam van die [slachtoffer] geplaatst op de Website(s) "www.bdsmzaken.nl" en/of "www.Alt.com" en/of een of meer (andere) sekswebsite(s) en/of pornowebsite(s) en/of
- heeft verdachte meermalen die [slachtoffer] gebeld en/of getracht te bellen;
art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht
Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
Zij op tijdstippen in de periode van 1 december 2001 tot en met 23 juli 2002 te Enschede en/of te Eefde, gemeente Gorssel, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers
- heeft verdachte meerdere e-mails met provocerende teksten (betrekking hebbend op onder andere verdachte en/of "[betrokkene 2]" en/of "[betrokkene 3]" en/of "[betrokkene 4]" en/of "[betrokkene 5]") aan een of meer andere perso(o)n(en) verzonden op naam van die [slachtoffer] en zich in die e-mails voorgedaan als die [slachtoffer] en
- heeft verdachte een of meer e-mails op naam van die [slachtoffer] aan die [slachtoffer] gezonden en zich in die e-mail(s) voorgedaan als die [slachtoffer] en/of in die e-mails(s) aan die [slachtoffer] gevraagd wie die [slachtoffer] eigenlijk was en/of gezegd dat zij, verdachte, "[voornaam slachtoffer]" was/heette en/of dat zij, verdachte, aan de [adres slachtoffer] woonde en
- heeft verdachte een of meer e-mail(s) (betrekking hebbend op verdachte en/of "[betrokkene 2]") op naam van "[betrokkene 5]" aan die [slachtoffer] gezonden en zich via die e-mail(s) voorgedaan als die [betrokkene 5] en
- heeft verdachte een e-mail op naam van die [slachtoffer] aan een fotograaf ([naam]) gezonden en zich via die e-mail voorgedaan als die [slachtoffer] en in die e-mails een afspraak (voor een zogenaamde "shoot" op 2 april 2002 op het woonadres van die [slachtoffer]) met die fotograaf gemaakt en
- heeft verdachte een (contact)advertentie op naam van die [slachtoffer] geplaatst op de website(s) "www.cu2day.nl" en "www.cu2night.nl" en
- heeft verdachte een (contact)advertentie op naam van die [slachtoffer] geplaatst op de Website(s) "www.bdsmzaken.nl" en/of "www.Alt.com";
Bewijsoverweging
De verdediging heeft ter terechtzitting betoogd en gesteld dat niet is komen vast te staan dat de computersystemen van hetzij [slachtoffer], hetzij de ouders van verdachte hetzij de vriend van verdachte in de tenlastegelegde periode niet gehacked zijn geweest en door middel daarvan een derde de tenlastegelegde handelingen heeft begaan. Voorts heeft de verdediging betoogd dat op grond van de bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat het juist verdachte is geweest die de tenlastegelegde handelingen heeft gepleegd.
De rechtbank verwerpt dit verweer op grond van de volgende bewijsmiddelen.
1. Het proces-verbaal van aangifte, genummerd PL0633/02-248267, gedateerd 4 mei 2002, opgemaakt door [naam agent] waarin naar voren komt dat [slachtoffer] heeft ontdekt dat het IP-adres van [verdachte], te weten [IP-nummer] hetzelfde adres is waar de e-mails vandaan komen met verschillende accountnamen. [slachtoffer] geeft hierbij te kennen dat [verdachte] met deze verschillende accountnamen haar naam en identiteit heeft overgenomen en zich heeft voorgedaan als [voornaam slachtoffer] [slachtoffer]. Daarnaast werd dit door [naam fotograaf] bevestigd, nu [verdachte] hem onder haar eigen naam een e-mail heeft gestuurd vanaf haar eigen gebruikte account [accountnaam] en het IP-adres daarvan [IP-nummer]. is.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0633/02-248267, gedateerd 28 mei 2002 en opgemaakt door [naam agent] waarin naar voren komt dat uit onderzoek is gebleken dat het IP-adres [IP-nummer] ook wordt gebruikt door [verdachte] met haar eigen account [accountnaam] en dat tevens is gebleken dat op 15 mei 2002 voor een aanmelding voor plaatsing op een SEXLIST gebruik is gemaakt van het e-mailadres van aangeefster/benadeelde, zijnde [e-mailadres], maar dat deze aanmelding verzonden is van het IP-adres [IP-nummer].
3. Het proces-verbaal van 5 juli 2004, opgemaakt door [naam agent 2] waarin het volgende naar voren komt:
a. “De gebruikersgegevens achter het IP-adres [IP-nummer] werden op vordering van de officier van justitie te Zutphen opgevraagd bij de registrant van dit IP-adres, namelijk Essen Kabelcom B.V. Op 5 juli 2002 ontving ik, verbalisant, het bericht dat het betreffende IP-adres op de gevraagde data en tijden in gebruik was bij [betrokkene 1], wonende te [woonplaats en adres]. [betrokkene 1] is de vader van [verdachte].”
b. “Op 10 juni 2002 ontdekte aangeefster [voornaam slachtoffer] [slachtoffer] dat zij met naam en toenaam, alsmede met een fotografische afbeelding en vermelding van huisadres en telefoonnummer was geplaatst op twee websites, namelijk de sites www.cu2day.nl en www.cu2night.nl. Op verzoek van aangeefster werd door mij, verbalisant, op 11 juni 2002 telefonisch contact opgenomen met de beheerder van deze sites, de firma MediaDesign te leiden. Na uitleg werd de gewraakte advertentie direct verwijderd en werden mij, verbalisant, per e-mail de log-gegevens van de steller van de advertentie toegezonden. Uit deze gegevens bleek dat de advertentie op www.cu2day.nl was geplaatst op 10 juni 2002 in het tijdvak van 15:53:06 uur tot 16:02:11 uur door gebruiker van het IP-adres [IP-nummer]. Op dezelfde datum was een soortgelijke advertentie geplaatst op www.cu2night.nl in het tijdvak van 15:41:46 uur tot 16:04:38 uur, eveneens door de gebruiker van het IP-adres [IP-nummer].”
4. Het proces-verbaal, genummerd PL0633/02-203160, gedateerd 3 oktober 2002, opgemaakt door [namen agent 1 en 2], waarin het volgende naar voren komt:
- [Agent 2] heeft de computer van aangeefster [slachtoffer] onderzocht en door hem is vastgesteld dat de computer c.q. het thuisnetwerk niet gehacked was, alsmede voorzien was van een goed werkende antivirusprogramma.
- In de klacht wordt als bron het IP-adres [IP-nummer] genoemd en dit adres is zowel door aangeefster als verbalisant [agent 2] getraceerd als thuishorend in [plaatsnaam] en geregistreerd bij de Internetprovider At Home Benelux, gevestigd te Amsterdam. De personalia behorende bij het IP-adres [IP-nummer] werden op 28 mei 2002 opgevraagd bij de internetprovider @home Benelux door de officier van justitie.
- De officier van justitie verleende toestemming tot inbeslagname van de computer van verdachte. Bekend was dat verdachte op het punt stond te gaan verhuizen naar [woonplaats] om met haar vriend [betrokkene 2] te gaan samenwonen. Deze computer is op de [adres] [woonplaats] inbeslaggenomen.
- Op 5 juli 2002 werd het bericht ontvangen dat het betreffende IP-adres (de rechtbank begrijpt: [IP-nummer]) op de opgegeven data en tijden in gebruik was bij [betrokkene 1], wonende op de [adres] [woonplaats], zijnde de vader van verdachte.
- Op 10 juni 2002 bleek aangeefster [voornaam slachtoffer] [slachtoffer] met naam en toenaam, alsmede met een fotografische afbeelding van haarzelf en met vermelding van huisadres en telefoonnummer geplaatst op twee websites, namelijk de sites www.cu2day.nl en www.cu2night.nl. Hierop is contact opgenomen met de beheerder van deze sites, de firma MediaDesign te leiden. Na uitleg werd de gewraakte advertentie direct verwijderd en werden de loggegevens aan [Agent 2] ter hand gesteld. De advertenties werden geplaatst door de gebruiker/gebruikster van het IP-adres [IP-nummer]. Dit betreft een dynamische adres geregistreerd van Planet Internet B.V. te Amsterdam.
- Door de officier van justitie werd op 9 juli 2002 een vordering verstrekt aan Planet Internet B.V. te Amsterdam tot verstrekking van de persoonsgegevens behorende bij genoemd IP-adres.
- Inmiddels was bekend dat verdachte samenwoonde met [betrokkene 2] te [woonplaats], hetgeen later ook werd bevestigd door informatie van de gemeente [woonplaats].
- Op 19 juli 2002 werd door [agent 2] het bericht ontvangen dat het IP-adres [IP-nummer] op 10 juni 2002 op de in de vordering aangegeven data en tijden in gebruik was bij [betrokkene 2], wonende te [woonplaats], [adres], met de gebruikersnaam: [gebruikersnaam].
- Op 2 augustus 2002 werden in de woning van [betrokkene 2] twee computers inbeslaggenomen.
5. Het proces-verbaal, genummerd 02-248267, gedateerd 30 september 2002, opgemaakt door [agent 2], waaruit het volgende naar voren komt:
a. Op 29 mei 2002 werd door mij [woonplaats] op het adres [adres] aangetroffen een personal, merk HG Computers.nl. Deze personal computer werd door mij veiliggesteld en door [agent 1] inbeslaggenomen. De inbeslaggenomen computer werd mij ter hand gesteld voor nader onderzoek. Door mij werd een nader onderzoek ingesteld naar het e-mail- en webmailverkeer op deze computer. Hierbij werden door mij in de veiliggestelde gegevens onder andere een aantal berichten aangetroffen, behorende tot de [[e-mail]-accounts met de namen [namen 4 e-mailaccounts] De aangetroffen berichten betroffen onder meer ontvangen en verzonden berichten. Deze berichten kunnen alleen gelezen dan wel aangemaakt en verzonden worden indien de gebruiker de gebruikersnaam en het wachtwoord weet, die bij dit webmail-account hoort.
b. Op 2 augustus 2002 werd door mij te [woonplaats] op het adres [adres] aangetroffen in de muziekkamer een personal computer, merk Packard Bell, serienummer [serienummer]. De aangetroffen personal computer werd door mij veilig gesteld en ter beschikking gesteld van [agent 1], die deze computer in beslag nam.
Door mij werd een nader onderzoek ingesteld naar het internetverkeer en het mailverkeer vanaf de computer welke in de muziekkamer had gestaan. Hierbij werd door mij in de veiliggestelde gegevens onder andere een aantal berichten aangetroffen, behorende tot de [e-mail]-accounts met de namen [namen 12 e-mailaccounts]. Deze aangetroffen berichten betroffen onder meer ontvangen en verzonden berichten. Deze berichten kunnen alleen gelezen dan wel aangemaakt en verzonden worden indien de gebruiker de gebruikersnaam en het wachtwoord weet, die bij dit webmail-account hoort.
6. Het deskundigenrapport van 25 mei 2004, opgemaakt door E.J. van Eijk, als gerechtelijke deskundige werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut, waarin het volgende naar voren komt:
- Met bestandskenmerken van bekende hackingtools is vanuit EnCase naar de aanwezigheid van hackingtools gezocht. Er is één bekend bestand dat onderdeel uitmaakt van een hackingtool gevonden op de computer van de ouders van [slachtoffer]. Het gaat echter om een bekend en ongevaarlijk hulpprogramma (WHAT.EXE) dat toevallig ook deel uitmaakt van een hackingtool. Dit hulpprogramma wordt gebruikt in de installatieprocedure van het op deze computer aanwezige computerspel Police Quest. De broncode en de executable zijn op Internet gevonden. De op internet gevonden executable is vergeleken met de één-op-één kopieën gevonden executable: er waren geen verschillen. Uit informatie gevonden op internet en uit de installatieprocedure van Police Quest blijkt de executable gebruikt te worden als hulpmiddel bij de uitvoering van MS-DOS batchbestanden. Bij het uitvoeren van de executable gedroeg de executable zich zoals omschreven in de informatie gevonden op internet.
- Er is gezocht vanuit EnCase naar webpagina’s en met name naar webpagina’s waaruit blijkt dat op de inbeslaggenomen computers seksadvertenties met gegevens over het slachtoffer aangemaakt en/of gewijzigd zijn. Er zijn op de computer uit de muziekkamer van [betrokkene 2] webpagina’s gevonden waarin de profielen van de seksadvertenties die op de websites www.cu2day.nl en www.cu2night.nl gestaan hebben en/of gewijzigd worden. Ook zijn er op de computer uit de muziekkamer van [betrokkene 2] webmailberichten gevonden waarin deze websites bevestigen dat de profielen van deze seksadvertenties aangemaakt zijn en dat zij met bepaalde codes geactiveerd kunnen worden. Ook is een scan van een door het slachtoffer met de hand ingevuld formulier voorzien van haar visitekaartje gevonden waarin persoonlijke gegevens die in seksadvertenties gebruikt zijn staan vermeld.
- De computer van het slachtoffer is door de politie onderzocht en de politie heeft geconstateerd dat “de computer c.q. het thuisnetwerk niet gehacked was en voorzien was van een goed werkende antivirusprogramma”.
- Er zijn geen sporen gevonden dat de computer van [betrokkene 2] uit de muziekkamer ten tijde van de feiten die de verdachte zijn tenlastegelegd gehacked is geweest.
- Er zijn geen sporen gevonden dat de computer van de ouders van verdachte ten tijde van de feiten die aan de verdachte zijn telastegelegd gehacked is geweest.
- Er zijn sporen van het per e-mail ontvangen van één bepaald virus gevonden. Er zijn geen sporen gevonden dat dit virus geactiveerd is geweest. Dit virus kan, indien het geactiveerd is geweest, niet de belastende e-mails samengesteld en verstuurd hebben.
- Uit de resultaten van het onderzoek naar de e-mailadressen blijkt dat met een aantal op de e-mailaccount van het slachtoffer ([e-mailadres]) lijkende e-mailaccounts (zoals [namen 2 e-mailaccounts]) e-mailberichten gelezen en verstuurd zijn. Dat kan alleen als iemand de bij deze e-mailaccounts horende wachtwoorden kent. Deze persoon heeft in ieder geval bewust met deze e-mailaccounts en met gebruikmaking van de bijbehorende wachtwoorden deze e-mailberichten gelezen en verstuurd.
- Enkele op de inbeslaggenomen computer uit de muziekkamer van [betrokkene 2] gevonden webpagina’s laten zien dat iemand met toegang tot deze computer de profielen horende bij de seksadvertenties aangemaakt en/of gewijzigd heeft. Dit kan alleen als deze persoon de wachtwoorden die horen bij deze profielen kent.
Enkele op de inbeslaggenomen computer uit de muziekkamer [betrokkene 2] gevonden webpagina;s met webmailberichten bevatten bevestigingen dat deze profielen aangemaakt zijn en bepaalde codes om deze profielen te activeren. Deze webmailberichten zijn gelezen door iemand die toegang tot deze computer had en die beschikte over het wachtwoord van een op de e-mailaccount van het slachtoffer lijkende e-mailaccount ([naam e-mailacount]).
De foto’s en de scan van het formulier met persoonlijke gegevens van het slachtoffer die gevonden zijn op de inbeslaggenomen computer van de ouders [slachtoffer] en de computer uit de muziekkamer van [betrokkene 2] maken het mogelijk dat iemand met toegang tot deze computers deze foto’s en de gegevens in de seksadvertentie heeft verwerkt.
7. Wat betreft het al dan niet hacken van de computer van [betrokkene 2] heeft de getuige-deskundige [Agent 2] ter terechtzitting van de rechtbank van 29 juni 2004 verklaard dat hij, nu de internetverbinding op de computer van [betrokkene 2] via een telefoonverbinding tot stand komt, het hoogst onwaarschijnlijk acht dat deze computer gehacked is geweest en op die manier de tenlastegelegde handelingen zijn begaan.
8. Verdachte ter terechtzitting van de rechtbank van 29 juni 2004 heeft verklaard dat in de aan de orde zijnde e-mails bijzonderheden aan de orde kwamen die alleen bij [slachtoffer] en haar bekend waren. Verder heeft verdachte nog ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer] nimmer bij haar vriend [betrokkene 2] thuis is geweest.
9. De verklaring van verdachte, tevens afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank van 29 juni 2004, onder meer inhoudende dat de brief van 11 mei 2002 (zie dossierpagina 235) een soort dagboekbrief is geweest die zij heeft geschreven op de computer van [betrokkene 2] en dat zij deze brief nooit heeft verstuurd, dit terwijl de getuige [getuige 1], zijnde de moeder van [slachtoffer], op voornoemde terechtzitting heeft verklaard dat deze brief middels e-mailverkeer met de familie [slachtoffer] bij de familie [slachtoffer] terecht is gekomen, te weten als een bijlage bij een e-mailtje.
10. De verklaring van verdachte, zowel afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank van 29 juni 2004, als de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie, onder meer inhoudende dat zij onder de naam “[betrokkene 7]” een e-mailbericht naar het slachtoffer heeft gestuurd.
De rechtbank acht het op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden –in onderlinge verband en samenhang beschouwd- niet aannemelijk dat één of meer van de aan de orde zijnde computers gehacked is/zijn geweest, dan wel dat een ander dan verdachte de tenlastegelegde handelingen heeft verricht. Zij acht het ten laste gelegde feit dan ook bewezen.
Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op het misdrijf:
Belaging
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Oplegging van straf en/of maatregel
Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf als na te melden op zijn plaats. Bedoelde taakstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen.
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte een vroegere vriendin gedurende enkele maanden heeft belaagd.
Zij heeft, zich voordoend als zijnde het slachtoffer [slachtoffer], naar verschillende mensen, waaronder het slachtoffer zelf, belastende e-mails verstuurd en heeft een contactadvertenties op naam van het slachtoffer op (seks)contactsites geplaatst. Door de gedragingen van verdachte heeft het slachtoffer veel hinder en last ondervonden.
Verdachte heeft door haar handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] en haar veel vrees aangejaagd. De ervaring leert dat slachtoffers van belaging hiervan nog geruime tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Bovengenoemde feiten veroorzaken bovendien ernstige gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen en voor de betrokkene in het bijzonder.
Vordering tot schadevergoeding
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot -vergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 10.000,- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.
Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaard handelen immateriële schade heeft geleden. De rechtbank is van oordeel dat de vordering -bij wijze van voorschot- kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,-.
Wat betreft het meer of anders gevorderde dient de benadeelde partij niet ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, aangezien de vordering naar het oordeel van de rechtbank niet van zodanig eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Schadevergoedingsmaatregel
Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
De rechtbank beslist als volgt.
Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.
Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten een werkstraf gedurende 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen.
Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], [adres], [postcode] [woonplaats], [gironummer], van een bedrag
-bij wijze van voorschot- van € 1.000,-, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 1.000,-, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Aldus gewezen door mrs. De Geer, voorzitter, De Bie en Van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Onna, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juli 2004.
Mr. De Bie is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.