Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ1721

Datum uitspraak2004-07-14
Datum gepubliceerd2004-07-19
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Gravenhage
Zaaknummers982-H-03
Statusgepubliceerd


Indicatie

Benoeming deskundige in familiezaak. Benoeming raadsheer-commisaris om voortgang in de procedure te bewaken.


Uitspraak

Uitspraak : 14 juli 2004 Rekestnummer : 982-H-03 Rekestnr. rechtbank : 02-7228 GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE FAMILIEKAMER B e s c h i k k i n g in de zaak van [eiseres], wonende te [woonplaats], verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, procureur mr. M. Ferwerda, tegen [benadeelde partij], wonende te [woonplaats], verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de man. procureur mr. M.A. Meijer, thans mr. R. Jongerius. HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE Het hof verwijst voor het verloop van het geding naar zijn tussenbeschikking van 2 juni 2004, waarvan de inhoud hier als herhaald in ingelast moet worden beschouwd. Bij die beschikking heeft het hof geoordeeld dat, om een langdurige rechtsstrijd tussen partijen te voorkomen, over de door de man in het geding gebrachte financiële gegevens, het in het belang van beide partijen is, dat een deskundige, zijnde een registeraccountant, te samen met partijen en hun adviseurs alle relevante financiële gegevens doorneemt, waarna de deskundige zijn bevindingen aan het hof rapporteert. Het hof laat partijen toe om binnen veertien dagen na datum van deze beschikking zich schriftelijk uit te laten over het de vraag of zij kunnen instemmen met benoeming van een deskundige, en zo ja, of dit één deskundige dient te zijn dan wel drie, alsmede welke vragen zij wensen dat er gesteld worden aan de deskundige(n). Op 25 juni 2004 is een brief van de procureur van de vrouw bij het hof ingekomen. Op 30 juni 2004 is een fax de procureur van de man bij het hof ingekomen. DE VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. Uit de brief van 22 juni 2004 van de vrouw blijkt dat er één deskundige moet worden benoemd en verzoekt daarbij de kosten van het deskundigenbericht geheel ten laste van de man te doen komen. Voorts heeft de vrouw nog een aantal vragen geformuleerd welke vragen het hof zal herformuleren om doublures te voorkomen. 2. Uit de fax van 30 juni 2004 van de man blijkt dat - indien het hof een deskundige benoemt hij de voorkeur geeft aan benoeming van drie deskundigen, zodat een volledig beeld tot stand kan komen. Tevens verzoekt de man, wanneer in dit stadium nog een deskundige moet worden benoemd de vrouw daarvan de kosten moet dragen. Voorts heeft de man nog een aantal vragen geformuleerd welke vragen het hof zal herformuleren om doublures te voorkomen. 3. Uit de brief van de raadsvrouw van de man is het hof gebleken dat de man en de vrouw inmiddels beiden een accountant hebben ingeschakeld. Om deze reden acht het hof het niet noodzakelijk dat drie deskundigen worden benoemd. 4. Ondanks het feit dat partijen en hun adviseurs al geruime tijd aan het zoeken zijn naar een voor beide partijen aanvaardbare oplossing is dit tot op heden niet gelukt. Mede om die reden acht het hof het in het belang van beide partijen dat het deskundige bericht met de meeste voortvarendheid wordt opgestart. 5. Conform artikel 198 lid 2 Rv stellen de deskundigen zelf of onder leiding van de rechter hun onderzoek in. In dit specifieke geval acht het hof het noodzakelijk dat een door het hof benoemde raadsheer-commissaris de voortvarendheid van deskundigenonderzoek begeleidt en problemen tijdig kortsluit met partijen en de deskundigen. In dat kader geeft het hof de navolgende instructies; - de deskundige bespreekt op zo kort mogelijk termijn met partijen en zo mogelijk hun adviseurs zijn plan van aanpak ter zake het deskundigen bericht; - de deskundige stelt conform de voor hem geldende gedrags - en beroepsregels het plan van aanpak op; - de deskundige stelt een tijdsschema vaststelt, waaraan partijen en hun adviseurs zich hebben te houden tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen; - indien de onderstaande vraagstelling in het kader van zijn onderzoek tot hoge kosten zal leiden staat het de deskundige vrij in overleg met partijen de betreffende vraag of vragen te herformuleren; - indien de deskundige met partijen tot een herformulering van de vraag of vragen komt bericht de deskundige dit schriftelijk aan het hof; - indien de deskundige niet met partijen tot een herformulering van de vraag of vragen kan komen hij dit gezien zijn gedrags- en beroepsregels noodzakelijk acht, zal de deskundige de raadsheer-commissaris in deze zaak verzoeken een zitting te bepalen ter bespreking van de door hem gewenste herformulering van de vraag of vragen; - nadat de deskundige zijn onderzoek heeft afgrond bespreekt hij het resultaat met partijen; - indien de deskundige dit wenselijk acht kan hij het resultaat nader toelichten ten overstaan van de raadsheer-commissaris en partijen. De raadsheer-commissaris is ingevolge de wet onder meer bevoegd om de nodige maatregelen te nemen teneinde de voortgang van de procedure te bewaken en om partijen te gelasten nadere informatie te verstrekken die de deskundige nodig heeft in het kader van zijn onderzoek. Zo nodig beveelt het hof een hoorzitting ten overstaan van de raadsheer-commissaris op een door hem te bepalen plaats en tijdstip. 6. Het hof verzoekt de deskundige een onderzoek in te stellen en rapport uit te brengen ter beantwoording van de volgende vragen: - welk salaris heeft de man de afgelopen 5 jaar vanaf 1999 genoten uit zijn vennootschappen? - heeft de man de afgelopen 5 jaar nog andere inkomsten uit de vennootschappen genoten, zoals rente-inkomsten, dividenden, etcetera? - welk inkomen kan de man zich in redelijkheid verwerven uit de vennootschappen, rekening houdend met het feit dat de continuïteit van de onderneming niet in gevaar mag komen en rekening houdend met een redelijk investeringsniveau, passend bij de branche waarin de ondernemingen werkzaam zijn? - is het inkomen van de man ter dekking van de privé uitgaven van partijen in de afgelopen drie jaar voldoende geweest? Indien dit niet het geval is geweest met welk bedrag heeft de man op zijn vermogen ingeteerd? - wat is de commerciële en wat is de fiscale winst de afgelopen 5 jaar geweest in de vennootschappen? - zijn er ten aanzien van de commerciële winsten in de afgelopen vijf jaar incidentele baten en lasten verantwoord? Zo ja, wat is het effect hiervan? - zijn er ten laste van het resultaat in de afgelopen vijf jaar kosten verantwoord die betrekking hebben op onroerende zaken die uit beleggingsoogpunt worden gehouden, en zo ja, wat is de aard en de omvang hiervan? - zijn er terzake de post onderhoudskosten bijzonderheden op te merken? Zo ja, wat is het effect hiervan? - zijn er door de deelnemingen in de afgelopen vijf jaar kosten in rekening gebracht aan Bavelaar Vastgoed B.V., en zijn hier bijzonderheden over te vermelden? Zo ja, wat is het effect hiervan? - hoe luidden de afgelopen 5 jaar de grondslagen voor waardering en wat is de systematiek van winstneming in de vennootschappen? - de man heeft een rekening-courant verhouding met zijn vennootschappen. Wat is het verloop geweest van de rekening-courantverhouding en is de rekening-courant gebruikt voor financiering van privé-doeleinden en voor het gezin? - zijn over de rekening-courant in het kader van de bepaling van de draagkracht van de man over de afgelopen 5 jaar bijzonderheden te melden? - wat is het beleid ten aanzien van aankoop en verkoop van de onroerende zaken en wat zijn de winstdoelstellingen daarbij? Hoe is het beleid met betrekking tot de winstneming bij onroerend goed transacties, en is in de afgelopen vijf jaren een bestendige gedragslijn gevolgd. - wie bepaalt binnen de onderneming het tijdstip van verkoop van onroerende zaken en wat zijn de criteria voor verkoop? - welke huurinkomsten geniet de man uit de onroerende zaken die hij in privé verhuurt? - zijn er bijzonderheden te vermelden inzake het exploitatieresultaat inzake de verhuur van de hiervoor genoemde onroerende zaken? - zij er bijzonderheden te vermelden inzake de post afschrijvingen inzake de verhuurde onroerende zaken? Zo ja, wat is het effect hiervan? - op welke wijze zijn de verhuurde onroerende zaken gefinancierd? Zijn er bijzonderheden te vermelden? Zo ja, welke? - zijn er verder nog onderwerpen die naar het oordeel van de deskundige van belang zijn voor de financiële afwikkeling van de onderhavige procedure, te denken valt aan de uitwerking van de boedelverdeling volgens de huwelijkse voorwaarden? 7. Het hof zal zorg dragen voor de verzending van een fotokopie van deze beschikking aan de deskundige(n). 8. Het hof acht het redelijk dat de man voorlopig het voorschot van de deskundige zal voldoen, te meer daar hij tot dusverre onvoldoende inzicht in zijn financiën en het reilen en zeilen binnen de vennootschappen heeft gegeven. Het hof zal nadien beslissen op welke wijze de kosten van deskundigen tussen partijen moet worden verdeeld. De man dient aan de griffier van het hof een voorschot van € 15.000,- te betalen ten behoeve van de deskundige. 9. Partijen zullen na inzending van het deskundigenbericht in de gelegenheid worden gesteld zich daaromtrent uit te laten. BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: benoemt tot deskundige, ter beantwoording van de hiervoor opgenomen vragen drs. R. Kooger RA, Larikslaan 19, 5248 BP te Rosmalen; benoemt tot raadsheer-commissaris mr. Dusamos; bepaalt dat de deskundige niet met zijn werkzaamheden behoeft aan te vangen dan nadat door de man het voorschot van € 15.000,- aan de griffier is voldaan onder overmaking op bankrekening 192325795 t.n.v. DA 537.A Arrondissement Den Haag, met vermelding van het rekestnummer en de namen van partijen; verzoekt de deskundige het deskundigenbericht met redenen omkleed en ondertekend en voor zover mogelijk vergezeld van relevante en schriftelijke bescheiden, aan de civiele administratie van het gerechtshof te 's-Gravenhage, Postbus 20203, 2500 EH 's-Gravenhage, toe te zenden voor 1 december 2004; bepaalt dat uit het deskundigenbericht moet blijken dat partijen door de deskundige(n) in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen, met vermelding aan de inhoud van de eventuele opmerkingen en verzoeken; draagt de griffier op een kopie van deze beschikking met een begeleidend schrijven aan de deskundige(n) toe te zenden; houdt de behandeling aan tot de zitting van zaterdag 25 december 2004 pro forma; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mrs. Dusamos, Duindam en Verbeek, bijge-staan door Muller-Rietveld als griffier, en uitgespro-ken ter openbare terecht-zitting van 14 juli 2004. De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen