Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ1483

Datum uitspraak2004-07-01
Datum gepubliceerd2004-07-16
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersKG 04/506
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

[...] Dekker Breeding B.V. tegen Sunfield B.V. Teeltovereenkomst. Dekker vordert in conventie Sunfield te verbieden in de periode dat de licentieovereenkomst voortduurt en nadat de overeenkomst is beëindigd, handelingen te verrichten in strijd met artikel 13 lid 2 van de verordening 2100/94 inzake het communautaire kwekersrecht ten aanzien van nader genoemde rassen en aantallen. Sunfield heeft de vordering bestreden en in reconventie gevorderd Dekker te gebieden toestemming te geven aan Jonica Plant s.r.l. en Papaianni Fiori s.r.l. (in Italië) om overeenkomsten te sluiten met Sunfield voor de vermeerdering van teeltmateriaal van rassen, terzake waarvan Dekker aan Jonica Plant, Papaianni Fiori en Sunfield een licentie heeft verleend. In conventie is eerste deel van het petitum toewijsbaar voor de periode dat de licentieovereenkomst voortduurt. Het tweede deel van het petitum is niet toewijsbaar omdat op dit moment niet bekend is wanneer de licentieovereenkomst zal eindigen. De voorzieningenrechter verbiedt Sunfield gedurende periode dat de licentie-overeenkomst tussen partijen voortduurt de handelingen te verrichten als genoemd in artikel 13 lid 2 van de verordening 2100/94 inzake het communautaire kwekersrecht ten aanzien van de Dekkerrassen die door Sunfield in de periode januari tot en met oktober 2003 niet werden vermeerderd en/of van die rassen per maand meer stekken te produceren dan gemiddeld per maand in de periode januari tot en met oktober 2003 door Sunfield werden geproduceerd, op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per overtreding, waarbij elk contingent van 1000 stekken dat de maandelijkse maximum hoeveelheid overschrijdt een overtreding vormt, een deel van een contingent als geheel contingent gerekend. De vordering in reconventie is niet toewijsbaar. [...]


Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE sector civiel recht - voorzieningenrechter Vonnis in kort geding van 1 juli 2004, gewezen in de zaak met rolnummer KG 04/506 van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Dekker Breeding B.V., gevestigd te Hensbroek, gemeente Obdam, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, procureur mr. W. Taekema, advocaat mr. P.E. Mazel te Groningen,. tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sunfield Holland B.V., gevestigd te Valkenburg (ZH), gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, procureur mr. A.J. Braakman, Partijen worden hierna ook aangeduid respectievelijk als "Dekker"en "Sunfield". In conventie en in reconventie De feiten en de vorderingen Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 10 juni 2004 wordt in dit kort geding van het volgende uitgegaan. 1. Bij vonnis van 13 november 2003 in de zaak tussen partijen met rolnummer KG 03/1069 (verder: vonnis I) heeft de voorzieningenrechter te 's-Gravenhage aan Dekker het gebod opgelegd om de licentieovereenkomst met Sunfield naar letter en geest stipt na te komen, in dier voege dat beperkingen ten aanzien van de identiteit van de teler aan wie Sunfield levert en ten aanzien van de hoeveelheid teeltmateriaal dat Sunfield mag leveren komen te vervallen als zijnde verboden en van rechtswege nietige mededingingsbeperkingen in de zin van artikel 6 lid 1 Mededingingswet. 2. Bij vonnis van 3 december 2003 in de zaak tussen partijen met rolnummer 03/1351(verder vonnis II) is aan Dekker bevolen de licentieovereenkomst na te leven op de wijze als in dat vonnis overwogen. Voorts is Dekker bevolen een brief aan haar klanten te schrijven en twee advertenties te plaatsen. 3. Bij beschikking van 16 december 2003 is het vonnis van 3 december 2003 op enkele punten verbeterd. 4. Dekker heeft hoger beroep ingesteld tegen de eerste uitspraak en Sunfield tegen de tweede en derde uitspraak. 5. Dekker vordert in conventie Sunfield te verbieden in de periode tot aan 1 juli 2004, althans in de periode tot 1 januari 2005 handelingen te verrichten in strijd met artikel 13 lid 2 van de verordening 2100/94 inzake het communautaire kwekersrecht ten aanzien van de in de uitspraak van 16 december 2003 genoemde Dekkerrassen en/of aantallen, dan wel; stekken van andere rassen dan in dat vonnis genoemd, voorts Sunfield te verbieden na 1 juli 2004, althans na 1 januari 2005, handelingen te verrichten in strijd met artikel 13 lid 2 van de verordening 2100/94 inzake het communautaire kwekersrecht ten aanzien van Dekkerrassen, alles op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Sunfield in de kosten. 6. Sunfield heeft de vordering bestreden en in reconventie gevorderd Dekker te gebieden toestemming te geven aan Jonica Plant s.r.l. te Monesterace en Papaianni Fiori s.r.l. te Bisagno (beide plaatsen in Italië), om overeenkomsten te sluiten met Sunfield voor de vermeerdering van teeltmateriaal van Dekkerrassen, terzake waarvan Dekker aan Jonica Plant, Papaianni Fiori en aan Sunfield een licentie heeft verleend, en in de hoeveelheden waarin deze Italiaanse vennootschappen bij overeenkomst van onderaanneming opdracht geven; voorts Dekker te gebieden aan Jonica Plant, Papaianni Fiori en Sunfield binnen 24 uur na betekening van dit vonnis bij aangetekend schrijven met handtekening daaronder te informeren over de toestemming; alles op straffe van een dwangsom De beoordeling van het geschil 7. De vorderingen van Dekker zijn gebaseerd op de gedachten dat: a. de teeltovereenkomst met Sunfield ofwel op grond van conversie is geëindigd, ofwel op grond van opzegging tegen 1 januari 2005 zal worden beëindigd; b. het gelet op vonnis II en daarop gevolgde herstelbeschikking aan Sunfield tijdens de (resterende) looptijd van het contract uitsluitend is toegestaan de stekken van de rassen, genoemd in deze uitspraken, en de in die uitspraken genoemde aantallen stekken te produceren. 8. De vorderingen van Sunfield stoelen op de gedachten, dat: 1. zo er al een sprake is van een opzegging, deze opzegging: a. wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad oplevert, b. deze opzegging in strijd met het nationale en het EU mededingingsrecht is. 2. iedere beperking, die Dekker ten aanzien van het aantal stekken en moederplanten van Dekkerrassen en ten aanzien van de afnemers stelt, strijdig is met het nationale en het Europese mededingingsrecht. Conversie 9. Dekker stelt dat zij de overeenkomst bij brieven van 24 juni 2003 heeft opgezegd tegen het einde van het kalenderjaar als voorzien in de licentieovereenkomst. Nu in vonnis II is overwogen dat een opzegtermijn van 12 maanden redelijk lijkt, zou de opzeggingstermijn van zes maanden ambtshalve moeten worden geconverteerd in een termijn van 12 maanden. De licentieovereenkomst zou derhalve op 30 juni 2004 eindigen 10. Deze stelling van Dekker miskent dat in kort geding ordemaatregelen worden getroffen, die gebaseerd zijn op voorlopige rechtsoordelen. Voor een voorlopig oordeel over de vraag of in de bodemprocedure conversie zal worden aangenomen, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding. Beëindiging per 31 december 2004? 11. Dekker stelt verder dat zij de overeenkomst in elk geval tegen 31 december 2004 heeft opgezegd. Zij verwijst daarvoor naar haar appelexploit van (blijkens productie 2 van Sunfield) 26 november 2003 tegen vonnis I, waarin zij ter toelichting op haar voorwaardelijke grief III in alinea 4.5 heeft gesteld: "Voor zover nodig zegt Dekker bij dezen de overeenkomst opnieuw op tegen 31 december 2004" Grief III wordt voorgedragen voor het geval dat het Hof het vonnis, waarvan beroep, zou bekrachtigen. Terecht voert Sunfield aan dat dit geen schriftelijke opzegging in de zin van de licentieovereenkomst is. De formulering in het appèlexploit houdt geen rekening met de mogelijkheid dat de uitspraak van het Hof na 1 januari 2005 wordt gedaan en laat derhalve een onzekerheid bestaan. Daarnaast ontbreekt een motivering van de opzegging. Er is derhalve geen sprake van een behoorlijke opzegging. In dit geding wordt er daarom van uitgegaan dat de einddatum van licentie- overeenkomst niet vaststaat. Omvang van rechten en verplichtingen van Sunfield op grond van de licentieovereenkomst. 12. In vonnissen I en II is steeds uitgangspunt geweest dat de moederplanten als basismateriaal moeten worden gezien ten aanzien waarvan de kwekersrechthebbende zich moet kunnen beschermen tegen elke onjuiste behandeling, zie rechtsoverweging 3.9 van vonnis I. Dit brengt mee dat de licentienemer ten aanzien van de moederplanten wel de beperkingen moet aanvaarden ten aanzien van de identiteit van de afnemer, de aan deze te leveren rassen en hoeveelheden daarvan, die hem in de licentie-overeenkomst worden opgelegd. Sunfield mag moederplanten derhalve uitsluitend leveren aan derden, indien aan de in de licentieovereenkomst daaraan gestelde eisen is voldaan. 13. De beperkingen met betrekking tot de identiteit van de afnemer en de aan deze te leveren rassen en hoeveelheden daarvan werden in vonnis I niet aangenomen ten aanzien van de stekken. In vonnis II is vervolgens (zie rechtsoverweging 10 daarvan) overwogen dat Sunfield ten aanzien van "het vermeerderde plantmateriaal" (bedoeld is :stekken) vrij is in de keuze van haar telers, in de rassen en de hoeveelheden daarvan, die zij aan haar telers wil kopen, als de hoeveelheden maar blijven binnen de gemiddelde maandelijkse hoeveelheden van de periode januari tot en met oktober 2003 en rassen betreffen, die in die periode werden geproduceerd. De restrictie ten aanzien van de aantallen kwam in vonnis I niet voor. De achterliggende reden voor deze restrictie was de wens het conflict tussen partijen hangende het inmiddels ingestelde hoger beroep niet verder te laten escaleren en daarom bij wijze van ordemaatregel de omvang van de productie van Dekkerstekken door Sunfield te handhaven op het gemiddelde niveau van de periode januari tot en met oktober 2003. De in rechtsoverweging 9 van vonnis II genoemde aantallen, die bij beschikking van 16 december 2003 zijn verbeterd, dienden slechts als indicatie. Doorslaggevend zijn de werkelijke gemiddelde hoeveelheden per ras en per maand. Deze kunnen, naar de voorzieningenrechter heeft begrepen, door RAI (zie 1.4. van vonnis I) worden vastgesteld. 14. De overwegingen in 11. tot en met 13. voeren tot de slotsom dat in conventie het eerste onderdeel van het petitum gevorderde verbod toewijsbaar is voor de periode dat de licentieovereenkomst voortduurt. Dit verbod heeft betrekking heeft op Dekkerrassen en/of aantallen stekken, die niet voldoen aan het criterium van vonnis II. Het tweede onderdeel van het petitum is niet toewijsbaar, daar op dit moment niet bekend is wanneer de licentieovereenkomst zal eindigen. 15. De vordering in reconventie is niet toewijsbaar. Binnen de in vonnis II bedoelde quota is Sunfield, vrij om stekken aan telers, wie dan ook, te leveren. Ten aanzien van moederplanten ligt het - naar door de voorzieningenrechter wordt aangenomen - anders. Dat alles geldt evenzeer voor de door Sunfields genoemde Jonica Plant s.r.l. en Papaianni Fiori s.r.l., die kennelijk licentiecontracten met Dekker hebben. Dekker behoeft geen toestemming te geven voor levering van moederplanten in andere gevallen, dan welke in de licentie-overeenkomst zijn opgenomen en de weigering om toestemming te geven is dan niet onrechtmatig of in strijd met het mededingingsrecht. 16. De kosten in conventie zullen worden gecompenseerd. Sunfield zal in reconventie worden veroordeeld in de kosten van Dekker, te begroten op nihil. De beslissing De voorzieningenrechter: in conventie: Verbiedt Sunfield gedurende periode dat de licentie-overeenkomst tussen partijen voortduurt de handelingen te verrichten als genoemd in artikel 13 lid 2 van de verordening 2100/94 inzake het communautaire kwekersrecht ten aanzien van de Dekkerrassen die door Sunfield in de periode januari tot en met oktober 2003 niet werden vermeerderd en/of van die rassen per maand meer stekken te produceren dan gemiddeld per maand in de periode januari tot en met oktober 2003 door Sunfield werden geproduceerd, op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per overtreding, waarbij elk contingent van 1000 stekken dat de maandelijkse maximum hoeveelheid overschrijdt een overtreding vormt, een deel van een contingent als geheel contingent gerekend. Compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Wijst het meer of anders gevorderde af. In reconventie: Wijst het gevorderde af. Veroordeelt Sunfield in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van Dekker begroot op nihil. in conventie en in reconventie: Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis gewezen door mr Von Maltzahn en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juli 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.