Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ1376

Datum uitspraak2004-07-14
Datum gepubliceerd2004-07-14
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06-080035-04
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank te Zutphen heeft op 14 juli 2004 de verdachte van doodslag op de Zeddamse hoteleigenaar veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar en TBS met dwangverpleging. Daarnaast moet de verdachte nog een gevangenisstraf van 8 maanden uitzitten, omdat hij de doodslag pleegde toen hij nog in een proeftijd liep wegens een eerder geweldsdelict.


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Meervoudige kamer voor strafzaken Parketnummer: 06-080035-04 en 06-60285-01 (TUL), [verdachte] Uitspraak d.d.: 14 juli 2004 tegenspraak / oip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], thans gedetineerd in het Huis van Bewaring Doetinchem, Hogenslagweg 8. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 juni 2004. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 02 januari 2004 te Zeddam, gemeente Bergh, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet eenmaal met een mes, althans een scherp voorwerp, in de linkerzij, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden, welke (vorenomschreven) doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van na te noemen strafba(a)r feit(en), althans (enig) strafba(a)r(e) feit en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat/die feit(en) voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren immers heeft hij, verdachte op of omstreeks 02 januari 2004 te Zeddam, gemeente Bergh, - op de openbare weg, te weten voor en/of op de (open) oprit van de [adres 1] en/of op de [adres 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weggenomen een (hand)tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, meermalen, althans eenmaal met een slagvoorwerp, althans een hard voorwerp op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of een mes aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] heeft voorgehouden, althans getoond en/of (daarbij) de woorden heeft toegevoegd: "Gib mir Scheine (geef me geld), althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of eenmaal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de linkerzij, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en/of - op de openbare weg, te weten de [straatnaam] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een (hand)tas, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, - een mes en/of een slagwapen, althans een hard en/of een scherp voorwerp bij zich heeft gestoken en/of - zijn, verdachte's, huis heeft verlaten en/of - is gaan rondfietsen (onderwijl uitkijkend naar personen met geld en/of goederen van zijn gading) en/of - [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] van achteren op de fiets is genaderd/heeft benaderd en/of - een greep naar de tas van die [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] heeft gedaan en/of - (daarbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "geef mij die tas", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 288 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 02 januari 2004 te Zeddam, gemeente Bergh, op de openbare weg, de [straatnaam] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een (hand)tas, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, - een mes en/of een slagwapen, althans een hard en/of een scherp voorwerp bij zich heeft gestoken en/of - zijn, verdachte's, huis heeft verlaten en/of - is gaan rondfietsen (onderwijl uitkijkend naar personen met geld en/of goederen van zijn gading) en/of - [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] van achteren op de fiets is genaderd/heeft benaderd en/of - een greep naar de tas van die [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] heeft gedaan en/of - (daarbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "geef mij die tas", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; en/of hij op of omstreeks 02 januari 2004 te Zeddam, gemeente Bergh, op de openbare weg, te weten voor en/of op de (open) oprit van de [adres 1] en/of de [adres 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (hand)tas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, - die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal met een slagwapen, althans een hard voorwerp op zijn lichaam heeft geslagen en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] een mes heeft voorgehouden, althans getoond en/of - (daarbij) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Gib mir Scheinen (geef me geld)", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - eenmaal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de (linker)zij, althans in het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden artikel 312 lid 2 sub 1 artikel 312 lid 3 art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 03 januari 2004 te Kilder, gemeente Bergh, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een betaalautomaat heeft weggenomen 2.500 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] en/of [bedrijfsnaam] en/of de Rabobank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door twee, althans een bankpas(sen) met bijbehorende pincode(s); art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. In dit verband wordt overwogen dat het onder 2 ten laste gelegde, blijkens de in de slotzin vermelde meervoudsvormen (en de inhoud van strafdossier), kennelijk ziet op meer dan een gekwalificeerde diefstal. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op 02 januari 2004 te Zeddam, gemeente Bergh, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet eenmaal met een mes, in de linkerzij van die [slachtoffer 1] gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd van na te noemen strafbaar feit en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en gemakkelijk te maken immers heeft hij, verdachte op 02 januari 2004 te Zeddam, gemeente Bergh, - op de openbare weg, te weten voor en/of op de open oprit van de [adres 1] aan de [adres 2] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weggenomen een tas met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, eenmaal met een slagvoorwerp op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, een mes aan die [slachtoffer 1] heeft voorgehouden en de woorden heeft toegevoegd: "Gib mir Scheine” en eenmaal met een mes in de linkerzij heeft gestoken; 2. hij op 03 januari 2004 te Kilder, gemeente Bergh, meermalen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een betaalautomaat heeft weggenomen geld, tot een totaal van 2500 Euro, toebehorende aan [slachtoffer 2] e.v. [slachtoffer 1] en/of [bedrijfsnaam], waarbij verdachte telkens het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten twee bankpassen met bijbehorende pincodes; Aangaande het onder 1 bewezen verklaarde opzet overweegt de rechtbank dat de bewijsmiddelen, in samenhang bezien met de aard van de gedraging, redelijkerwijs geen andere conclusie toelaten dan dat verdachte zich tenminste willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij door zijn handelen aan [slachtoffer 1] dodelijk letsel zou toebrengen. Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken. In dit verband wordt overwogen dat de rechtbank geen causaal verband in de door de wetgever bedoelde vorm aanwezig acht tussen de poging tot gekwalificeerde diefstal aan de [straatnaam] en de daarna gevolgde doodslag. Gevoerd verweer Met een toelichting als vermeld in zijn ter terechtzitting overgelegde pleitnota met bijlagen is door de raadsman, zakelijk weergegeven, aangevoerd, dat verdachte in het licht van de bij hem bestaande persoonlijkheidsstoornis -ook in voorwaardelijke zin- geen opzet kon hebben, althans dat hem van zijn handelen nauwelijks verwijt valt te maken, nu verdachte als gevolg van een foutieve diagnose over grote hoeveelheden Ritalin kon beschikken en hij van dit middel op 2 januari 2004, in depressief suïcidale toestand, een overdosis heeft genomen en daardoor –voor hem onvoorzienbaar- kwam te verkeren in een andere dan de door hem beoogde toestand, waarin hij over zijn handelen geen controle meer had. De rechtbank verwerpt dit verweer, alleen reeds omdat zij de feitelijke grondslag niet aannemelijk geworden acht, gelet op hetgeen uit het onderzoek naar voren is gekomen omtrent verdachte’s doen en laten op 2 en 3 januari 2004. Voor het geval overigens daadwerkelijk sprake mocht zijn geweest van inneming van een overdosis Ritalin, moet gelden dat zulks de conclusies van het verweer niet kan dragen, nu verdachte, blijkens de stukken, wist dat hij van dit middel “speedy” placht te worden. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op de misdrijven: -ten aanzien van feit 1: doodslag, gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en gemakkelijk te maken en -ten aanzien van feit 2: diefstal door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Over verdachte is een multidisciplinair rapport gedateerd 16 juni 2004 door F.A.M.M. Koenraadt, psycholoog en vast gerechtelijk deskundige, en W. Malkus, psychiater en vast gerechtelijk deskundige bij het Pieter Baan Centrum, Psychiatrische Oberservatiekliniek te Utrecht. Met de conclusies van dit rapport, te weten: "dat [verdachte] ten tijde van het plegen van het hem tenlastegelegde feit onder 1 lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens dat dit feit hem in slechts verminderde mate kan worden toegerekend” en “dat [verdachte] ten tijde van het hem tenlastgelegde onder 2 lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens dat dit feit hem in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend” kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusies over. Oplegging van straf en/of maatregel Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank met name gelet op de hiervoor reeds vermelde multidisciplinaire rapportage. Uit de inhoud van voormeld rapport van psychologisch onderzoek komt, onder meer, het volgende naar voren. Verdachte lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Deze stoornis komt tot uiting in het ontbreken van schuldgevoelens, althans het wegrationaliseren van het feit anderen leed te hebben bezorgd, een instabiel zelfgevoel recidiverende suïcidale gestes en automutilaties, affectlabiliteit, een chronisch gevoel van leegte, impulsiviteit, prikkelbaarheid, het niet in staat zijn zich aan de maatschappelijke orde aan te passen en theatrale uitingen van emoties. Verdachte’s functioneren wordt in belangrijke mate gekleurd door bovengenoemde stoornis. Het gevaar voor recidive is groot omdat de impulsieve aard ervan besloten ligt in de borderline persoonlijkheidsstoornis. Verdachte’s controle over zijn impulsen is zeer gebrekkig, waardoor de kans groot geacht wordt dat verdachte in een situatie waarin hij zich afgewezen en gefrustreerd voelt, opnieuw een impulsief agressief delict zal plegen. Om de maatschappelijke veiligheid te waarborgen lijkt TBS met verpleging aangewezen. Met de beschouwingen en het advies kan de rechtbank zich verenigen. De rechtbank heeft bij de straftoemeting daarnaast het volgende in aanmerking genomen. - dat verdachte binnen de kring van nabestaanden immens verdriet heeft veroorzaakt door aan [slachtoffer 1], voor de ogen van zijn echtgenote, op brute wijze het leven te ontnemen. - dat verdachte door zijn handelen de rechtsorde en de lokale lokale omgeving zwaar heeft geschokt en heeft bijgedragen tot de in de maatschappij levende onveiligheidsgevoelens. - dat verdachte bij de toepassing van dodelijk geweld slechts werd gedreven door geldzucht. - dat verdachte reeds vaker voor, zij het geringere, geweldsdelicten werd veroordeeld en hij van een van die veroordelingen nog in een proeftijd liep. Gelet op het bovenoverwogene acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf als hierna vermeld passend en geboden en zal zij daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opleggen; zij is van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen zodanige verpleging vereist. De feiten waarvoor verdachte wordt veroordeeld zijn door de wetgever aangemerkt als feiten waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. Het onder 1 bewezen verklaarde feit betreft een misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. In beslag genomen voorwerpen De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is voorbereid en begaan. Nu er geen strafvorderlijk belang meer aanwezig is dat zich daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerp(en) aan de veroordeelde dan wel de na te noemen rechthebbende. Vordering tot schadevergoeding De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 27021,32 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Ofschoon deze vordering door en namens verdachte niet is bestreden, kan zij slechts worden toegewezen tot een bedrag van € 11.721,32 en moet zij voor het overige niet ontvankelijk worden verklaard. Redengevend daarvoor is dat de post camera circuit ad € 5300,-- niet het rechtens vereiste verband heeft met het bewezenverklaarde en dat het bedrag van 2 keer € 5000,-- betrekking heeft op de door de twee meerderjarige zoons van [slachtoffer 1] en van [slachtoffer 2] geleden immateriële schade. Nog afgezien van de omstandigheid dat beide zoons zich formeel niet (op de juiste wijze) in het strafproces hebben gevoegd, moet aangaande hun vorderingen gelden dat deze niet zouden kunnen worden toegewezen, nu niet is gebleken dat zich een der uitzonderingen voordoet waarin volgens wet en rechtspraak immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Ten aanzien van [slachtoffer 2] ligt de situatie op dit punt anders, nu het onder 1 bewezenverklaarde feit zich voor haar ogen heeft afgespeeld en derhalve kan worden gesproken van zogenaamde schokschade. Schadevergoedingsmaatregel Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer. Vordering tenuitvoerlegging Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van de meervoudige kamer van de arrondissementsrechtbank te Zutphen van 30 oktober 2001 (parketnummer 06-060285-01) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden ten uitvoer gelegd te worden. De rechtbank merkt in dit verband op dat de onderhavige proeftijd, blijkens de stukken, eerst op 26 maart 2002 is ingegaan. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 36f, 37, 57, 287, 288, 310, 311en 312 van het Wetboek van Strafrecht . BESLISSING De rechtbank beslist als volgt. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar. Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven -ten aanzien van feit 1: doodslag, gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en gemakkelijk te maken en -ten aanzien van feit 2: diefstal door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd. Verklaart de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaar. Beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd. Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan, te weten: voorwerp 2 - de (arafat)sjaal voorwerp 14 - de fietspomp (Zefal diamos) en voorwerp 28 - een handschoen (Campagnolo). Gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten: voorwerp 4 – een jack voorwerp 5 – een doos met diverse kledingstukken voorwerp 6 - een leren jack voorwerp 7 - een zwart colbert, een grijze broek en een zwart gilette voorwerp 8 - een trui voorwerp 9 - een trui voorwerp 10 – een broek voorwerp 11 – een broek voorwerp 12 – een trui voorwerp 25 – een oorring voorwerp 29 – een kartonnen doos voorwerp 30 – een tas (New Fashion New Bag) voorwerp 31 – een muts (Roter Fleece) voorwerp 32 – een legertrui Gelast de teruggave van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbenden, te weten: voorwerp 1 – de videoband aan de Rabobank voorwerp 13 – de damesfiets (Multicycle Comfort) aan [echtgenote verdachte], [adres] te [postcode] [woonplaats] voorwerp 24 – een fietstas aan [echtgenote verdachte], [adres] te [postcode] [woonplaats] Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van rechtbank te Zutphen van 30 oktober 2001, te weten van: 8 maanden gevangenisstraf Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 11.721,32, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering. Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 11.721,32, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 234 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt. Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Feunekes en Van Baaren, rechters, in tegenwoordigheid van Kok, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juli 2004. Mrs. Van Harreveld en Van Baaren zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.