Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ1341

Datum uitspraak2004-07-14
Datum gepubliceerd2004-07-14
RechtsgebiedBouwen
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200308118/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 21 maart 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (hierna: het college ) aan Woningcorporatie SCW vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van 55 woningen, een stallingsgarage en bedrijfsruimte, op de percelen plaatselijk bekend locatie Puntenburg blok D, gemeente Amersfoort (hierna: blok D).


Uitspraak

200308118/1. Datum uitspraak: 14 juli 2004 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Vabeog Amersfoort B.V., gevestigd te Amersfoort, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 12 november 2003 in de gedingen tussen: appellante en het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort. 1. Procesverloop Bij besluit van 21 maart 2002 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort (hierna: het college ) aan Woningcorporatie SCW vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van 55 woningen, een stallingsgarage en bedrijfsruimte, op de percelen plaatselijk bekend locatie Puntenburg blok D, gemeente Amersfoort (hierna: blok D). Bij besluit van 21 juni 2002 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 2 oktober 2002 heeft het college aan [vergunninghoudster] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van winkelruimten, 89 woningen en een parkeergarage, op de percelen plaatselijk bekend Puntenburg, Edah locatie (locatie J), gemeente Amersfoort (hierna: blok J). Bij besluit van 9 december 2002 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 november 2003, verzonden op 14 november 2003, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) de tegen de besluiten van 21 juni 2002 en 9 december 2002 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 3 december 2003, bij de Raad van State ingekomen op 4 december 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 29 december 2003. Deze brieven zijn aangehecht. Bij brief van 4 februari 2004 heeft het college van antwoord gediend. Bij brief van 20 februari 2004 heeft [vergunninghoudster] van antwoord gediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 juni 2004, waar appellante, vertegenwoordigd door mr. J. Witvoet, advocaat te De Bilt, en het college, vertegenwoordigd door mr. E.J. van Eyck, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen. Tevens is gehoord [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door mr. R.P.M. de Laat, advocaat te Utrecht. 2. Overwegingen 2.1. In hoger beroep heeft appellante haar in beroep naar voren gebrachte standpunt herhaald, dat voor het bouwplan een onjuiste parkeernorm is gehanteerd en dat niet aan de vereiste norm wordt voldaan. De rechtbank is daarop in de aangevallen uitspraak ingegaan en heeft op goede gronden geoordeeld dat het bouwplan voldoet aan de in het bestemmingsplan opgenomen parkeernormen. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat de rechtbank van onjuiste uitgangspunten is uitgegaan. Ook falen de nader in hoger beroep aangevoerde argumenten. Het door appellante genoemde Themacentrum en de stallingsgarage van de blokken G en E liggen buiten het gebied waarop de bouwplannen betrekking hebben en niet is gebleken dat het voorlopig niet realiseren van dat centrum en die stallingsgarage zal leiden tot een aanmerkelijke toename van de parkeerbehoefte ter plaatse. 2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van E.J. Nolles, ambtenaar van Staat. w.g. Parkins-de Vin w.g. Nolles Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2004 71-291.