
Jurisprudentie
AQ0525
Datum uitspraak2004-07-01
Datum gepubliceerd2004-07-12
RechtsgebiedAmbtenarenrecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/1827 AW
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-07-12
RechtsgebiedAmbtenarenrecht
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/1827 AW
Statusgepubliceerd
Indicatie
Afwijzen buitengewoon verlof voor het bijwonen van georganiseerde dag “infodagen voor politieambtenaren van 50+” omdat geen sprake is van een cursus in de zin van het BARP.
Uitspraak
03/1827 AW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellant is op bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 4 maart 2003, nr. 02/1025 AW, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 27 mei 2004, waar appellant is verschenen bij zijn gemachtigde mr. W.J. Dammingh, werkzaam bij de Nederlandse Politie Bond (NPB), en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. A.L.A. Tortike, werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten (Klpd).
II. MOTIVERING
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant, medewerker van de Dienst Logistiek van het Klpd, heeft als lid van de NPB op 17 augustus 2001 een uitnodiging ontvangen voor het bijwonen van een van de door de NPB eind 2001 georganiseerde “infodagen voor politieambtenaren van 50+”. Blijkens een aankondiging van deze dagen konden de bedoelde NPB-leden “zich op deze vergaderingen uitgebreid laten voorlichten over mogelijkheden voor arbeidstijdverkorting boven de 50 jaar, over financiële gevolgen van nachtdienstontheffing, inkomen bij arbeidsongeschiktheid, regelingen voor vervroegde pensionering en pensioenopbouw”.
1.2. De leden werden gewezen op de mogelijkheid om voor deze dag buitengewoon verlof aan te vragen op basis van artikel 35, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). Hierin is bepaald dat, met een gesteld maximum per jaar en tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van de volle bezoldiging wordt verleend voor het deelnemen aan een cursus op uitnodiging van een organisatie van ambtenaren als bedoeld in het tweede lid (een bond, vereniging of centrale).
1.3. De aanvraag van appellant om buitengewoon verlof voor het bijwonen van de op 10 december 2001 georganiseerde dag is afgewezen. Na bezwaar is deze afwijzing gehandhaafd bij het door appellant bestreden besluit van 24 juni 2002.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen de gehandhaafde afwijzing ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat geen sprake was van een cursus als bedoeld in artikel 35, derde lid, van het Barp nu de georganiseerde bijeen-komsten zijn belegd met het oogmerk de deelnemers voor te lichten omtrent voor hen gelet op hun leeftijd van belang zijnde (rechtspositionele) aangelegenheden. De rechtbank nam daarbij mede in aanmerking hetgeen in het spraakgebruik wordt verstaan onder “cursus” en zij vond steun voor haar oordeel in de nota van toelichting op een wijziging van artikel 33b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR), welke bepaling gezien kan worden als bron van artikel 35, derde lid, van het Barp.
3. In hoger beroep is namens appellant betoogd dat wel sprake is van een cursus, een, blijkens Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal, reeks van lessen die elkaar volgens een zeker plan opvolgen en een afgesloten geheel vormen. Het “afgesloten geheel” wordt hier gevormd door “de (rechts)positie van de politieambtenaar die 50 jaar of ouder is”. In verband daarmee worden deelnemende leden op een planmatige wijze geïnformeerd en onderricht, aldus appellant. Hij is verder van oordeel dat ook is voldaan aan hetgeen is gesteld in de nota van toelichting op artikel 33b van het ARAR: het gaat om cursussen die er op gericht zijn “de leden van de organisatie beter te doen functio-neren als vakbondslid, met name in hun contacten met de overheid als werkgever”. Op de onderhavige infodagen is onderricht gegeven over diverse onderwerpen die voor de (rechts)positie van de doelgroep van belang zijn en waarbij het functioneren van de leden als vakbondslid, ook in contact met de overheid als werkgever, is gebaat. De kennis van de betrokken leden is bevorderd en de bijeenkomsten vielen binnen de statutaire doelstelling van de NPB.
4. De Raad overweegt als volgt.
Hij verenigt zich in hoofdlijnen met hetgeen de rechtbank, zoals onder 2. samengevat is weergegeven, heeft overwogen. De onder 1.2. geciteerde tekst van de aankondiging van de infodagen duidt reeds op het eerste gezicht niet op iets wat in het gewone spraakgebruik wordt aangeduid met de term cursus. Blijkens de aankondiging gaat het immers niet om het volgen van les(sen) tot het verkrijgen van (meer) kennis of vaardigheden, maar om bijeenkomsten waar voorlichting wordt gegeven.
Ook bij nadere beschouwing van de inrichting van de infodagen, van hetgeen daar aan de orde is en wat daarmee wordt beoogd, dringt zich niet de conclusie op dat niettemin gesproken moet worden van een cursus. In de aan de leden verzonden uitnodigingsbrief wordt gesteld dat de seniorenraad van de NPB in samenwerking met het ABP en het hoofdbestuur een aantal regiobijeenkomsten organiseert speciaal voor de doelgroep 50+. De infodag, op de presentielijst aangeduid als themadag 50+, behelst (niet anders dan) dat in het ochtendgedeelte het ABP uitgebreid informatie verschaft over pensioen (AFUP, FPU), en dat ’s middags een hoofdbestuurslid uitgebreid stilstaat bij een aantal rechtspositonele ontwikkelingen zoals de Regeling Partieel Uittreden, de Tijdelijke Ouderenregeling en bijvoorbeeld de financiële consequenties met betrekking tot de nachtdienstontheffing.
Naar het oordeel van de Raad dwingt ook de niet eenduidige tekst van de - hier op zichzelf terecht in beeld gebrachte - nota van toelichting bij artikel 33b van het ARAR niet tot een andere uitleg van de term cursus dan gedaagde daaraan heeft gegeven. Gedaagde had daartoe evenmin aanleiding behoren te vinden in de omstandigheid dat de bijeenkomsten, zoals was aangekondigd, leerzaam waren en dat zij vielen binnen de statutaire doelstelling van de NPB.
5. Op grond van het bovenstaande komt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en mr. T. Hoogenboom en mr. K. Zeilemaker als leden, in tegenwoordigheid van mr. P.J.W. Loots als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2004.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) P.J.W. Loots.
HD
10.06