Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ0341

Datum uitspraak2004-05-07
Datum gepubliceerd2004-07-12
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Middelburg
Zaaknummers95/2004
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter


Indicatie

Vordering van curator in faillissement tot onruiming van woning toegewezen. De rechter-commissaris heeft toestemming gegeven en in kort geding is geen plaats voor tweede toetsing.


Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG Sector civiel recht, voorzieningenrechter Vonnis van 7 mei 2004 in de zaak van: Kort gedingnr.: 95/2004 (eiser), in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van (naam gedaagde) wonende en kantoorhoudende te Middelburg, eiser, procureur: mr. J. Wind, tegen: (gedaagde), zonder bekende woonplaats binnen Nederland, gedaagde, in persoon. 1. Het verloop van het geding Partijen worden verder aangeduid als eiser en gedaagde. Ter terechtzitting van 7 mei 2004 heeft eiser, na een wijziging van eis, gevorderd: - gedaagde te bevelen dat hij, tezamen met zijn echtgenote en twee kinderen, de onroerende zaak staande en gelegen te (woonplaats en adres), direct na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, maar uiterlijk op 9 mei om 16.00 uur moet hebben ontruimd en niet in die woning terug zal keren en dat hij gehouden is alle sleutels, alsmede de (eventuele) alarmcode(s) van die woning uiterlijk op 10 mei 2004 om 11.00 uur aan eiser op zijn kantooradres, tegen ontvangstbewijs af respectievelijk op te geven, met machtiging aan eiser, indien voornoemde ontruiming niet tijdig door gedaagde tezamen met diens echtgenote en twee kinderen heeft plaatsgevonden, de woning (feitelijk) te (laten) ontruimen, zonodig met behulp van de sterke arm; - gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding. Gedaagde heeft verweer gevoerd. Na verder debat is vonnis gevraagd. De inhoud van de overgelegde processtukken, waaronder pleitnota’s en producties zijdens beide partijen, geldt als hier ingelast. 2. De feiten In het geding wordt van de navolgende feiten uitgegaan: 2.1. Bij vonnis van de rechtbank Middelburg van 25 februari 2004 is het faillissement uitgesproken van gedaagde, met aanstelling van eiser tot curator. 2.2. Tot het vermogen van gedaagde behoort de onroerende zaak staande en gelegen aan de (adres + woonplaats). De woning mag uitsluitend als huis voor recreatief gebruik worden gebruikt. 2.3. Voornoemde woning is belast met twee hypothecaire inschrijvingen. Beide hypotheekhouders willen zo spoedig mogelijk tot uitwinning van hun zekerheid overgaan. 2.4. Gedaagde is buiten iedere gemeenschap van goederen gehuwd en uit het huwelijk zijn twee thans nog minderjarige kinderen geboren. Zij zijn niet ingeschreven in de basisadministratie van enige gemeente in Nederland en wonen feitelijk in voornoemde woning. 2.5. Na overleg met de eerste hypotheekhouder en na goedkeuring van de rechter-commissaris in het faillissement van gedaagde heeft eiser op 13 april 2004 een op de woning uitgebracht bod van € 287.500,00 geaccepteerd en aan gedaagde medegedeeld dat de woning op 1 mei 2004 ontruimd dient te zijn. Ook de rechter-commissaris heeft dit in correspondentie met gedaagde aangegeven. In overleg met de kopers is deze datum verschoven naar 9 mei 2004. 2.6. De levering van voornoemde woning staat op 10 mei 2004 te 14.00 uur gepland. 3. Het geschil 3.1. Eiser stelt dat gedaagde onrechtmatig handelt door niet voornemens te zijn de woning tijdig voor de levering te ontruimen. Indien de woning niet tijdig kan worden geleverd, zal dat tot schade leiden die ten laste van de boedel komt, waardoor de positie van de schuldeisers verslechtert. Bij het botsen van tegenstrijdige belangen tussen de gefailleerde, gedaagde, en de belangen van de schuldeisers, zoals in het onderhavige geval aan de orde is, dienen op grond van de faillissementswet de belangen van de gezamenlijke schuldeisers te prevaleren. Ook in de jurisprudentie wordt dit uitgangspunt gehanteerd. In dit geval is er sprake van een door de rechter-commissaris in het faillissement van gedaagde goedgekeurde koopovereenkomst, waaraan uitvoering moet worden gegeven. De rechter-commissaris heeft voordat de goedkeuring werd verleend op grond van voornoemde uitgangspunten reeds voornoemde belangen-afweging tussen gedaagde en de gezamenlijke schuldeisers gemaakt. De rechter-commissaris is daarbij door beide partijen volledig op de hoogte gesteld van de gang van zaken rondom de verkoop van de woning. De omstandigheid dat gedaagde het geaccepteerde bod te laag vindt en een koper heeft gevonden die bereid is een hogere prijs te betalen, is derhalve tardief en dient in het kader van een aansprakelijkheids-stelling aan de orde te komen. Voorts stelt eiser dat gedaagde reeds tijdig van het voornemen van verkoop op de hoogte is gesteld en dat hij voldoende gelegenheid heeft gehad om naar andere woonruimte uit te zien. 3.2. Gedaagde betwist gemotiveerd dat de gang van zaken rondom de verkoop van de door hem feitelijke bewoonde woning zorgvuldig is gegaan en dat zijn belangen en die van zijn gezin daarbij in acht zijn genomen. Hij verwijst daartoe naar de door hem overgelegde stukken. Hij voert verder aan dat er voldoende gronden aanwezig zijn om de koopovereenkomst, op basis waarvan hij de woning dient te verlaten, te vernietigen. Indien de gang van zaken rondom de verkoop wel zorgvuldig was gebeurd, had (naam koper) de woning kunnen kopen voor een hogere prijs, hetgeen in het voordeel is van de gezamenlijke schuldeisers, en in die situatie kon gedaagde de woning nog gedurende een jaar blijven bewonen. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat de kopers op 10 mei 2004 af zullen zien van de koop, omdat zij niet volledig op de hoogte zijn van de toekomstige situatie met betrekking tot de woning die zij wensen te kopen. Gedaagde stelt dat hij, noch zijn echtgenote over inkomsten beschikken, zodat het niet mogelijk is om op korte termijn over andere woonruimte te kunnen beschikken. Gelet op deze omstandigheden is het niet redelijk dat de gevorderde ontruiming wordt toegewezen. 4. De beoordeling 4.1. De gevorderde ontruiming wordt gebaseerd op een door de rechter-commissaris in het faillissement van gedaagde goedgekeurde koopovereenkomst van de woning waarin gedaagde en zijn gezin thans feitelijk verblijven. De rechter-commissaris heeft voordat zij haar goedkeuring heeft verleend in het licht van de faillissementswet, de geldende jurisprudentie en de geldende landelijke richtlijnen in faillissementen de belangen van gedaagde en die van de gezamenlijke schuldeisers afgewogen. Vervolgens heeft zij haar goedkeuring verleend. Tegen deze goedkeuring door de rechter-commissaris staat geen hogere voorziening open, zodat van deze beslissing uitgegaan dient te worden. Niet voldoende onderbouwd is gesteld, noch is voldoende gebleken van feiten of omstandigheden die dat anders maken. Het verweer van gedaagde dat in feite neerkomt op een nieuwe beoordeling van voornoemde goedkeuring door de rechter-commissaris, slaagt derhalve niet. In het licht van het bovenstaande dient gedaagde, bij gebreke van een geldige titel voor voortgezet gebruik, de woning derhalve te ontruimen, zodat de levering tijdig plaats kan vinden. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat gedaagde al geruime tijd van een mogelijke ontruiming op de hoogte is gesteld, zodat de zeer korte ontruimingstermijn in dit geval redelijk is te achten. 4.2. Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. 5. De beslissing De voorzieningenrechter: - beveelt gedaagde om tezamen met zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen de onroerende zaak staande en gelegen te (woonplaats en adres), direct na betekening van dit vonnis, doch uiterlijk op 9 mei 2004 om 16.00 uur ontruimd te hebben en te houden en niet meer in de woning terug te keren, onder afgifte c.q. opgave van alle sleutels en eventuele alarmcodes van die woning uiterlijk op 10 mei 2004 om 11.00 uur aan eiser op diens kantoor onder verkrijging van een ontvangstbewijs; - machtigt eiser om, indien voornoemde ontruiming niet tijdig heeft plaatsgevonden, de woning vanaf zondag 9 mei 2004 vanaf 16.00 uur (feitelijk) te (laten) ontruimen, zonodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie; - machtigt de deurwaarder om het vonnis op alle dagen en uren aan gedaagde te betekenen; - veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser begroot op € 70,40 wegens kosten dagvaarding, € 241,00 wegens griffierechten en € 900,00 wegens procureurssa-laris; - verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.C. van Reekum, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzit-ting van 7 mei 2004 in tegenwoordigheid van de griffier