Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AQ0058

Datum uitspraak2004-07-02
Datum gepubliceerd2004-07-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers06-030039-04
Statusgepubliceerd


Indicatie

zware mishandeling in vereniging gepleegd in Ermelo bestraft


Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN Meervoudige kamer voor strafzaken Parketnummer: 06-030039-04, [verdachte] Uitspraak d.d.: 2 juli 2004 tegenspraak / dip VERKORT VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres]. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 31 mei 2003 in de gemeente Ermelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet - voornoemde [slachtoffer] met deodorant in de ogen heeft gespoten en/of - die [slachtoffer] naar de grond heeft gewerkt en/of - die [slachtoffer] met een ijzeren pijp/staaf, in elk geval met een hard voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het (overige) lichaam heeft geslagen en/of - die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het hoofd en/of het (overige) lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of - een fiets met kracht op/tegen/naar die [slachtoffer] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 31 mei 2003 in de gemeente Ermelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet - voornoemde [slachtoffer] met deodorant in de ogen heeft gespoten en/of - die [slachtoffer] naar de grond heeft gewerkt en/of - die [slachtoffer] met een ijzeren pijp/staaf, in elk geval met een hard voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het (overige) lichaam heeft geslagen en/of - die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het hoofd en/of het (overige) lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of - een fiets met kracht op/tegen/naar die [slachtoffer] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 47 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat hij op of omstreeks 31 mei 2003 in de gemeente Ermelo met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Harderwijkerweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit - het toelopen naar en/of indringen op voornoemde [slachtoffer] en/of - het spuiten van deodorant in de ogen van die [slachtoffer] en/of - het naar de grond werken van die [slachtoffer] en/of - het met een ijzeren pijp/staaf, in elk geval met een hard voorwerp, meermalen, althans eenmaal, (met kracht) slaan in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het (overige) lichaam van die [slachtoffer] en/of - het meermalen, althans eenmaal, (met kracht) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen op/tegen het hoofd en/of het (overige) lichaam van die [slachtoffer] en/of - het met kracht gooien van/met een fiets op/tegen/naar die [slachtoffer]; art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 juni 2004. Taal- en/of schrijffouten Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan aangezien het onvoldoende vast is komen te staan dat er met de ijzeren pijp/staaf in het gezicht of op het hoofd van het slachtoffer [slachtoffer] is geslagen. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: hij op 31 mei 2003 in de gemeente Ermelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet - voornoemde [slachtoffer] met deodorant in de ogen heeft gespoten en - die [slachtoffer] naar de grond heeft gewerkt en - die [slachtoffer] met een ijzeren pijp/staaf, meermalen, met kracht tegen het lichaam heeft geslagen en - die [slachtoffer] meermalen, met kracht tegen het hoofd en het lichaam heeft geslagen en geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezene levert op het misdrijf: medeplegen van poging tot zware mishandeling. Ofschoon het zich laat aanzien dat verdachte zelf geen direct fysiek geweld heeft gebruikt, moet hij naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als medepleger, nu uit het onderzoek is gebleken dat verdachte zich achter zijn mededaders heeft geschaard om [slachtoffer] een lesje te leren en verdachte daarbij een wezenlijke rol heeft vervuld door gezamenlijk de confrontatie met [slachtoffer] aan te gaan en vervolgens niet in te grijpen of zich te distantiëren toen [slachtoffer] in kansloze positie zwaar werd mishandeld, onder meer met gebruik van een ijzeren staaf/pijp en de geschoeide voet. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Oplegging van straf en/of maatregel Gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de draagkracht van verdachte, de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een werkstraf als na te melden op zijn plaats. Bedoelde werkstraf zal moeten worden verricht op een projectplaats als opgenomen in de door de Stichting Reclassering Nederland gehanteerde lijst van projectplaatsen. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat - dat verdachte zich met zijn mededaders, onder invloed van alcohol, heeft schuldig gemaakt aan zinloos en buitensporig geweld jegens het relatief weerloze slachtoffer - dat naar de ervaring leert, delicten als het onderhavige veelal de oorzaak zijn van langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij het slachtoffer en zij dragen bovendien bij aan in de samenleving levende gevoelens van onveiligheid. Anderzijds heeft de rechtbank bij de straftoemeting laten meewegen dat verdachte bij het gebeuren een geringere rol heeft vervuld dan zijn mededaders. De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen, dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Zutphen, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt. Vordering tot schadevergoeding De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2456,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor onverkorte toewijzing vatbaar, nu van een rechtens relevante mate van medeschuld van het slachtoffer niet is gebleken. Schadevergoedingsmaatregel Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer. Toepasselijke wettelijke voorschriften Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 45, 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING De rechtbank beslist als volgt. Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten: -een werkstraf gedurende 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen. Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [adres], bankrekeningnummer [rekeningnummer], van een bedrag van € 2456,--, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Verstaat dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, verdachte daarvan zal zijn bevrijd. Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 456,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 9 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt. Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Aldus gewezen door mrs. Van Harreveld, voorzitter, Tas en Donker, rechters, in tegenwoordigheid van Kok, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 juli 2004. Mr. Tas en Donker zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.