Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AB0503

Datum uitspraak2001-03-09
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers99/30202
Statusgepubliceerd


Uitspraak

BELASTINGKAMER Nr. 99/30202 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN U I T S P R A A K Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, vierde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van X, wonende te Z, tegen de uitspraken van het hoofd van de eenheid particulieren te Leeuwarden van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op de bezwaarschriften van belanghebbende tegen zijn aanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1996 en 1997. 1. De mondelinge behandeling De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 22 januari 2001, gehouden te Leeuwarden. Daar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende en mevrouw mr A, advocaat, als gemachtigde van belanghebbende, alsmede namens de Inspecteur de heer B. 2. De gronden Partijen zijn met betrekking tot het jaar 1996 ter zitting tot overeenstemming gekomen in deze zin, dat alsnog tot de aftrekbare kosten kan worden gerekend de helft van f 255,- voor Engelstalige kranten en tijdschriften en de helft van f 160,- voor abonnementsgeld Internet en extra telefoonkosten in verband daarmee, waardoor het belastbare inkomen nader moet worden vastgesteld op f 72.647,--. Met betrekking tot het jaar 1997 zijn partijen ter zitting tot overeenstemming gekomen in deze zin, dat alsnog tot de aftrekbare kosten kan worden gerekend de helft van f 360,- voor Engelstalige kranten en tijdschriften en de helft van f 895,- voor abonnementsgeld Internet en extra telefoonkosten in verband daarmee, waardoor het belastbare inkomen nader moet worden vastgesteld op f 76.561,--. 3. De proceskosten Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van zijn beroep bij het Hof redelijkerwijs heeft moeten maken. Het Hof stelt deze kosten vast op 2,5 punt maal f 710,-- maal wegingsfactor 1 ofwel f 1.775,--. 4. Beslissing Het Hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden uitspraken, vermindert de aanslag voor het jaar 1996 tot een naar een belastbaar inkomen van f 72.647,--, vermindert de aanslag voor het jaar 1997 tot een naar een belastbaar inkomen van f 76.561,--, gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende vergoedt het door hem gestorte griffierecht ten bedrage van f 60,--, veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van f 1.775,-- en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die de kosten moet vergoeden. Aldus vastgesteld op 9 maart 2001 door J. Huiskes, lid van voormelde kamer, in tegenwoordigheid van J.M. Gerrits, griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken. Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op 14 maart 2001