
Jurisprudentie
AB0455
Datum uitspraak2001-03-07
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamKantongerecht Utrecht
Zaaknummers196670
Statusgepubliceerd
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamKantongerecht Utrecht
Zaaknummers196670
Statusgepubliceerd
Uitspraak
Rolno. 196670-CV-00-4870
-1-
V O N N I S
van de kantonrechter te Utrecht in de zaak van:
EISER, [naam eiser] wonende te Amsterdam,
eisende partij volgens dagvaarding bij formulier dat door de griffier is verzonden op 24 juli 2000,
procederende in persoon,
tegen:
de naamloze vennootschap VSB BANK N.V./UNIT VERZEKERINGEN, gevestigd en kantoorhoudende te 3584 BA Utrecht, Archimede-slaan 6,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. W.J. Koppert, advocaat te Utrecht.
Verloop van de procedure
De eisende partij heeft bij dagvaardingsformulier een vordering inge-steld tegen de gedaagde partij.
De gedaagde partij heeft geantwoord.
De kantonrechter heeft daarna partijen gelegenheid gegeven een schriftelijke toelichting in te dienen.
Partijen hebben een schriftelijke toelichting ingediend.
Hierna is door de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.
Motivering
1.
Partijen zullen in het hiernavolgende worden aangeduid als "eiser" (eisende partij) en "VSB" (gedaagde partij).
2.
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans niet vol-doende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet betwiste inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partijen het volgende vast:
a. Tussen partijen is onder polisnummer 6254387 een (doorlo-pende) reisverzekeringsovereenkomst gesloten ingaande 9 april 1998.
b. Op die overeenkomst zijn de Bijzondere Voorwaarden Door-lopende Reisverzekering (DRV 05-98 van toepassing) arti-kel 3 van rubriek 4 van deze voorwaarden luidt, voorzover van belang:
"Uitsluitingen
1. De verzekeraar is niet tot schadevergoeding gehou-den, indien:
a. de verzekerde niet de normale voorzichtigheid ter voorkoming van beschadiging, diefstal, verlies of vermissing heeft betracht; van normale voorzichtig-heid kan onder meer niet meer worden gesproken wan-neer kostbaarheden, geld en/of reisdocumenten onbe-heerd worden achtergelaten anders dan in een deugde-lijk afgesloten ruimte;
b. de verzekerde bovendien onder de gegeven omstandig-heden in redelijkheid betere maatregelen had kunnen treffen;
.........."
c. Eiser is op 2 augustus 1999 vanuit Spanje op Schiphol aangekomen. Na aankomst is een handtas, die Eiser als handbagage had vervoerd, ontvreemd.
d. Eiser heeft terzake op 7 augustus 1999 aangifte gedaan. Het proces-verbaal vermeldt onder meer:
"AANKOMST OP SCHIPHOL
Op 2 augustus 1999, omstreeks 20.00 uur, ben ik per vliegtuig op de luchthaven Schiphol aangekomen vanuit Spanje (via Brussel).
BEWEGINGEN OP SCHIPHOL
Nadat ik op de luchthaven Schiphol was aangekomen ben ik naar de bagageband gelegen in de aankomsthal 2 gegaan.
TIJDSTIP/MOMENT VAN VERMISSING GOEDEREN
Toen ik mij omstreeks 20.30 uur bij het kantoor van Aero-ground bevond, bemerkte ik dat ik de in deze aangifte omschreven goederen kwijt was.
Ik weet zeker dat ik omstreeks 20.00 uur, toen ik mij bij de bagageband bevond bevond, de hierna vermelde goederen nog in mijn bezit had.
Verder wens ik het volgende te verklaren:
Ik stond op bovenstaande datum en tijd ter hoogte van het kantoor van Aero-ground services, omdat er een stuks bagage van mij vermist werd. Ik had op dit moment de bagagekar met daarop de in de goederenbijlage vermelde tas met inhoud, voor de deur van het bovenstaande kantoor gezet. Toen ik vervolgens na enkele minuten weer buiten kwam bleek de tas met inhoud niet meer op de bagagekar te staan. Vervolgens ben ik gelijk naar de Koninklijke marechaussee gegaan om hiervan aangifte te doen."
3.
Stellende dat de geleden schade ¦ 2.633,63 bedraagt, vordert eiser veroordeling van VSB tot betaling van dat bedrag, vermeerderd met ¦ 350,-- terzake buitengerechtelijke incasso-kosten en met ¦ 269,94 terzake rente.
4.
VSB voert verweer. Zij stelt dat zij niet tot vergoeding van de door eiser geleden schade gehouden is, omdat eiser niet de normale voorzichtigheid in acht heeft genomen nu hij de litigieuze tas onbewaakt heeft achtergelaten. De tas bevond zich volgens VSB ten tijde van de diefstal buiten bereik van eiser en van zijn reisgenoot (hierna: de reisgenoot). Aldus heeft eiser de tas onnodig aan een te groot risico blootgesteld.
Het onbewaakt achterlaten van waardevolle voorwerpen en geld kan in Nederland niet gelden als normaal in acht te nemen voorzichtigheid.
Eiser had bovendien betere maatregelen kunnen nemen (als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub b van rubriek 4 -zie overweging 2 onder b-). Hij had de tas mee kunnen nemen of die in handen kunnen stellen van zijn reispartner. VSB betwist ook de hoogte van de gestelde schade. De in het proces-verbaal d.d. 7 augus-tus 1999 opgenomen waarden van de gestolen goederen zijn slechts schattingen; er zijn geen nota's overgelegd en het is onaannemelijk dat eiser 43 CD's bij zich had.
5.
Eiser betwist in nader debat dat de gestolen zaken als kostbaarheden kunnen worden aangemerkt en dat hij niet de normale voorzichtigheid heeft betracht of betere maatregelen had kunnen nemen. Behalve de litigieuze tas had hij als hand-bagage ook een viool ter waarde van ongeveer ¦ 120.000,--, een tas met fotocamera's en een tas met een videocamera bij zich. De reisgenoot van eiser had alle handbagage onder controle toen eiser werd weggeroepen omdat een stuk inge-checkte bagage, dat zoek was, mogelijk toch gevonden was. Eiser had de viool om de nek van zijn reisgenoot gehangen en de tassen met camera's op de bagagekar van de reisgenoot gestapeld. De tas met CD's, die relatief gezien een minder kostbare inhoud had, lag op een bagagekar die achter de reisgenoot stond, maar binnen zijn bereik.
In het gedrang dat ontstond nadat eiser de ruimte, waar de bagage (en de reisgenoot) was, had verlaten, is de kar waarop de litigieuze tas lag, verplaatst. Vervolgens heeft de diefstal plaatsgevonden. Eiser had evenwel voldoende maatregelen genomen. Wat betreft de omvang van de schade stelt eiser dat VSB niet de moeite heeft genomen de schade vast te (laten) stellen. Hij had alleen de CD's (en niet de hoesjes en cassettes) meege-nomen. De hoesjes en cassettes zijn nog steeds ter be-schikking van VSB.
6.
Naar het oordeel van de kantonrechter gaat het beroep van VSB op de uitsluitingsclausule van artikel 3 van rubriek 4 van de toepasselijke Bijzondere Voorwaarden niet op.
De inhoud van de gestolen tas (volgens de aangifte 43 CD's, een discman, 2 poloshirts, 2 leesbrillen en een handgeschil-derde jurk), bestond niet uit zaken die in het normale spraak-gebruik onder kostbaarheden worden verstaan.
Het onbeheerd achterlaten van de betreffende tas impliceert op zich zelf dus niet (reeds) dat niet van normale voorzichtig-heid in de zin van genoemde artikel 3 kan worden gesproken.
Uit de beschrijving die partijen geven van de gang van zaken rondom de diefstal kan voorts worden afgeleid dat eiser wel de nodige voorzichtigheid ter voorkoming van diefstal in acht genomen heeft.
Gezien de inhoud van de onderhavige tas was het naar het oordeel van de kantonrechter van eiser niet onverantwoord deze achter zijn reisgenoot te zetten toen hij in verband met andere zoekgeraakte -in beginsel voor korte tijd- bagage naar een andere plek moest.
Dat betekent dat de aldus gestolen reisbagage onder de dekking van de polis valt.
7.
Ook het verweer tegen de omvang van de schade wordt verworpen. VSB heeft, anders dan van haar verwacht had mogen worden gezien de concrete opgave (middels de aangifte) van eiser, geen enkele aktie ondernomen om tot vaststelling van de schade te kunnen komen. Gezien de inhoud van de gestolen tas kan van eiser niet verwacht worden dat aankoopnota's worden overgelegd. Die nota's zouden niet meer zijn dan kassabonnetjes en wat betreft bijvoorbeeld CD's, zegt de aanwezigheid van kassabonnetjes niets meer dan de aanwezigheid van de CD-hoesjes en cassettes, waarover eiser, naar hij onweersproken heeft gesteld, nog wel beschikt.
Nu VSB niet gemotiveerd aangeeft op grond waarvan zij meent dat de gestolen tas niet de door eiser gestelde inhoud had, of dat de voor de onderscheidende zaken opgegeven waarde onjuist is, mag van de juistheid van de opgave van eiser worden uitgegaan.
De vordering is mitsdien toewijsbaar. Dat geldt ook voor de nevenvorderingen (rente en incassokosten) waartegen geen specifiek verweer is gevoerd.
8.
Als de in het ongelijk gestelde partij wordt VSB in de kosten van de procedure veroordeeld.
Beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen kwijting te betalen ¦ 3.253,57;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskos-ten aan de zijde van de eisende partij tot de uitspraak van dit vonnis begroot op ¦ 315,-- griffierecht en ¦ 25,-- verletkosten;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. A.M.A. Verscheure, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 maart 2001, in tegenwoordig-heid van de grif-fier.
RD