
Jurisprudentie
AB0433
Datum uitspraak2001-01-25
Datum gepubliceerd2004-01-08
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamGerechtshof Amsterdam
Zaaknummers00/02345
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2004-01-08
RechtsgebiedBelasting
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamGerechtshof Amsterdam
Zaaknummers00/02345
Statusgepubliceerd
Indicatie
Belanghebbende is werkzaam als psychotherapeut. Hij heeft daarvoor een HBO-opleiding en een postdoctorale opleiding tot psychotherapeut gevolgd. In verband met een verwachte wijziging in de wet- en regelgeving heeft belanghebbende een universitaire studie klinische en gezondheidspsychologie gevolgd. In geschil is of de kosten van die studie zijn aan te merken als aftrekbare kosten, zoals belanghebbende stelt, dan wel als buitengewone lasten, zoals de inspecteur stelt.
Uitspraak
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
Achtste Enkelvoudige Belastingkamer
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,
tegen
een uitspraak van het Hoofd van de Belastingdienst P, hierna de inspecteur, gedagtekend 26 mei 2000, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1996.
Het beroep is behandeld ter zitting van 7 februari 2001.
Beslissing
Het Hof:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de bestreden uitspraak;
verklaart belanghebbende ontvankelijk in zijn bezwaar;
vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 100.187;
gelast de Staat het gestorte griffierecht ad ƒ 60 aan belanghebbende te vergoeden; en
veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een beloop van ƒ 1.420 en wijst de Staat aan dit bedrag aan belanghebbende te voldoen.
Gronden
1. Niet in geschil is dat belanghebbende ten onrechte in zijn bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.
2. Belanghebbende is werkzaam als psychotherapeut. Hij heeft daarvoor een HBO-opleiding en een postdoctorale opleiding tot psychotherapeut gevolgd. In verband met een verwachte wijziging in de wet- en regelgeving heeft belanghebbende een universitaire studie klinische en gezondheidspsychologie gevolgd. In geschil is of de kosten van die studie zijn aan te merken als aftrekbare kosten, zoals belanghebbende stelt, dan wel als buitengewone lasten, zoals de inspecteur stelt.
3. Het Hof is van oordeel dat een universitaire studie voor een belastingplichtige die niet eerder een academische graad heeft behaald, in het algemeen is gericht op verwerving van kennis die de belastingplichtige nog niet bezat teneinde vakbekwaamheid te verkrijgen of zijn vakbekwaamheid uit te breiden. Belanghebbende voert aan dat tot de door hem gevolgde postdoctorale opleiding nog slechts studenten met academische vooropleiding zullen worden toegelaten, dat voor registratie als klinisch psycholoog een academische opleiding nodig zal zijn, dat hij ook na zijn studie in zijn huidige dienstbetrekking geen positieverbetering heeft te verwachten. Voorts stelt belanghebbende dat hij bij een eventuele nieuwe dienstbetrekking minder zou gaan verdienen en dat het ontbreken van een academische opleiding aan een verdere, normale, uitloop in salaris in de weg zou staan en dat hij bepaalde werkzaamheden, zoals psychodiagnostiek, zonder academische opleiding niet meer mag verrichten. Het Hof is van oordeel dat de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden geen aanleiding vormen te oordelen dat de studie in dit geval in afwijking van de hiervoor omschreven algemene regel, dient om de vakkennis van belanghebbende, die voor het verrichten van de arbeid reeds voldoende was, met het oog op de behoorlijke uitoefening van die arbeid, op peil te houden. Dat wordt niet anders doordat met de gevolgde studie wordt voldaan aan wettelijke eisen voor de uitoefening van het beroep (HR 9 mei 1956, nr. 12.726, BNB 1956/200).
4. Het Hof is van oordeel dat de kosten van de studie van belanghebbende niet behoren tot de aftrekbare kosten. Voor dat geval is niet in geschil dat het belastbare inkomen moet worden vastgesteld op ƒ 100.187.
Proceskosten
Nu het beroep gegrond is, veroordeelt het Hof de inspecteur in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage van het Besluit opgenomen tarief op: 2 (proceshandelingen) ´ 1 (wegingsfactor gewicht van de zaak) ´ ¦ 710, ofwel ¦ 1.420.
De uitspraak is gedaan op 21 februari 2001 door mr. Schaap, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Van de Merwe als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal door de het lid van de belastingkamer en de griffier ondertekend.
Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het Gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.