Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AB0363

Datum uitspraak2001-03-01
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Amsterdam
ZaaknummersKG 01/123 OdC
Statusgepubliceerd


Uitspraak

OdC/HS vonnis 1 maart 2001 DE PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE AMSTERDAM, RECHTSPREKENDE IN KORT GEDING in de zaak: rolnummer KG 01/123 OdC van: 1. de STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN VERKEER EN WATERSTAAT), zetelende te Den Haag, 2. de besloten vennootschap NS RAILINFRABEHEER B.V., e i s e r s bij dagvaarding van 22 januari 2001, procureur mr I.M.C.A. Reinders Folmer, advocaat mr H.J.M. Boukema te Den Haag, t e g e n : [gedaagde], mede handelende onder de naam Courier Data Service en Projectorganisatie Betuweroute, wonende te [woonplaats] g e d a a g d e , verschenen in persoon. VERLOOP VAN DE PROCEDURE : Ter terechtzitting van 16 februari 2001 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat eisers hun eis bij akte hebben vermeerderd als na te melden. Gedaagde, hierna [gedaagde], heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen stukken, waaronder van weerszijden producties en pleitnotities, overgelegd voor vonniswijzing. Nadien toegezonden stukken kunnen niet bij de beoordeling worden betrokken, aangezien daarover geen wederhoor kan plaatsvinden. GRONDEN VAN DE BESLISSING : 1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten. a. Eisers treden in het kader van hun samenwerking in verband met de aanleg van een spoorwegverbinding in oost-westelijke richting, ook wel bekend als de Betuweroute, gezamenlijk naar buiten onder de aanduiding “Projectorganisatie Betuweroute” en/of “Betuweroute”. Daarbij is eiser sub 1, hierna ook de Staat, opdrachtgever en eiseres sub 2, hierna ook NS Railinfrabeheer, opdrachtneemster. Eisers gebruiken de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute ook als domeinnaam op het internet. Op het door eisers in het kader van hun samenwerking gebruikte postpapier vermelden zij: “De Projectorganisatie Betuweroute is een samenwerkingsverband van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en NS Railinfrabeheer”. b. [gedaagde] voert eveneens de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute. Op 16 oktober 2000 heeft hij de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute als handelsnaam in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Amsterdam geregistreerd. Ook heeft [gedaagde] advertenties geplaatst met als aanhef: “Dit is een publicatie van de Projectorganisatie Betuweroute”. Tevens heeft [gedaagde] de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute als merk gedeponeerd bij het Benelux-Merkenbureau. Hij gebruikt de domeinnaam betuwe-route.nl. c. NS Railinfrabeheer heeft later, op 5 januari 2001 de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute als merk bij het Benelux-Merkenbureau gedeponeerd. d. Eisers hebben [gedaagde] gesommeerd het gebruik van de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute te staken. [gedaagde] heeft hieraan geen gevolg gegeven. 2.1 Eisers vorderen -kort gezegd- [gedaagde] elk gebruik te verbieden van de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute en/of Betuweroute, als handelsnaam, als merk, als domeinnaam, of op andere wijze waardoor bij het publiek de indruk kan ontstaan dat een bepaalde uiting afkomstig is van eisers en [gedaagde] te bevelen alle producten voorzien van de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute en/of Betuweroute te vernietigen en aan eisers raadsman bewijs van die vernietiging te verstrekken, een en ander op straffe van een dwangsom. 2.2 Eisers stellen daartoe dat het voeren door [gedaagde] van de handelsnaam Projectorganisatie Betuweroute jegens hen onrechtmatig is. [gedaagde] heeft zich ten onrechte een naam toegeëigend die reeds vanaf november 1999 door eisers wordt gevoerd. Onder de aanduidingen Projectorganisatie Betuweroute en Betuweroute zijn eisers bij het publiek bekend. Door toedoen van [gedaagde] verwateren die aanduidingen en wordt afbreuk gedaan aan de reputatie ervan. Door dezelfde aanduiding te gebruiken als eisers veroorzaakt [gedaagde] verwarring, niet alleen bij het publiek, maar ook bijvoorbeeld bij ambtenaren tot wie [gedaagde] correspondentie richt onder de naam Projectorganisatie Betuweroute. Daardoor belemmert [gedaagde] de communicatie tussen burger en overheid. Ook het gebruik door [gedaagde] van de domeinnaam “betuwe-route.nl” is verwarringwekkend. Eisers stellen voorts dat het depot door [gedaagde] van de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute als merk bij het Beneluxmerkenbureau te kwader trouw is verricht en nietig is. 3. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer. [gedaagde] zet daarbij vraagtekens bij de juridische vorm waarin het samenwerkingsverband van eisers is gegoten. De samenwerking tussen eisers is in ieder geval geen rechtspersoon, aldus [gedaagde]. [gedaagde] bestrijdt dat hij de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute te kwader trouw als merk heeft gedeponeerd. Hij stelt eisers diverse malen erop te hebben geattendeerd dat zij geen onderneming voeren in de zin van de Handelsregisterwet, de Handelsnaamwet en de Beneluxmerkenwet, zodat het hem vrij stond zelf tot registratie van de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute over te gaan. [gedaagde] bestrijdt dat zijn gebruik van de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute bij publiek, ambtenaren en/of pers tot verwarring heeft geleid. [gedaagde] betwist ten slotte dat er sprake is van een spoedeisend belang aan de zijde van eisers. Beoordeling van het geschil 4. Nu de Betuweroute als actueel infrastructureel plan (deels in uitvoering) geregeld onderwerp is van het publieke debat hebben eisers er als initiatiefnemers en uitvoerders daarvan belang bij om op korte termijn duidelijkheid te hebben omtrent de vraag of het gebruik van de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute door [gedaagde] jegens hen onrechtmatig is en de gevraagde maatregelen rechtvaardigt. De vorderingen zijn derhalve spoedeisend. 5. Vast staat dat eisers hun samenwerking onder de gemeenschappelijke naam Projectorganisatie Betuweroute uitvoeren en dat dit [gedaagde] bekend was op het moment dat hij ervoor koos dezelfde naam in gebruik te nemen. Het feit dat zowel eisers als [gedaagde] de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute gebruiken, terwijl zij bovendien beide hun activiteiten richten op de onder 1.a bedoelde spoorlijn, veroorzaakt uit zijn aard verwarring. Eisers hebben er derhalve belang bij dat [gedaagde] het gebruik van de aanduiding “Projectgroep Betuweroute”, dat in de gegeven omstandigheden voorshands onrechtmatig voorkomt, staakt. 6. Aan het onder 1.b bedoelde merkdepot (waarbij onverschillig is of de aanvraag al tot een inschrijving heeft geleid nu reeds de aanvraag al bescherming biedt) kan [gedaagde] geen rechten ontlenen, aangezien voorshands valt aan te nemen dat het hier een depot te kwader trouw betreft. Eisers gebruikten de aanduiding immers eerder. 7. [gedaagde] heeft zich ter zitting uitvoerig uitgelaten over de verplichtingen die volgens hem voor eisers voortvloeien uit de Handelsnaamwet en Handelsregisterwet en die zij geschonden zouden hebben. Dit speelt echter in deze procedure geen rol, aangezien dit onverlet laat dat [gedaagde] door zijn handelwijze op onrechtmatige wijze verwarring sticht. 8. De omstandigheid dat eisers gezamenlijk handelen onder de naam Projectgroep Betuweroute en dit samenwerkingsverband op zichzelf niet als een rechtspersoon valt aan te merken, doet er niet aan af dat [gedaagde] zich jegens de beide eisers van het gewraakte onrechtmatige gedrag dient te onthouden. 9. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het gevorderde verbod toewijsbaar is. De gevraagde vernietiging wordt niet toegewezen, aangezien niet voldoende duidelijk is wat daaronder moet worden verstaan en welke "producten” daarvoor in aanmerking komen, zodat dit (te) gemakkelijk tot executiegeschillen kan leiden. Het te geven verbod biedt eisers bovendien voldoende waarborg tegen verdere inbreuk op hun rechten. De gevorderde dwangsom wordt beperkt tot ƒ 500,=. Na te noemen termijnen komen redelijk voor. 10. [gedaagde] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. B E S L I S S I N G : 1. Verbiedt [gedaagde] vanaf 14 dagen na de betekening van dit vonnis elk gebruik van de aanduiding Projectorganisatie Betuweroute en/of Betuweroute, of enig ander met deze aanduidingen overeenstemmend teken, als handelsnaam, als merk, als domeinnaam, of op andere wijze waardoor bij het publiek de indruk kan ontstaan dat een bepaalde uiting afkomstig is van eisers, op straffe van een dwangsom van ƒ 500,= voor iedere keer dat hij in strijd handelt met dit verbod. 2. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van eisers begroot op ƒ 506,68 aan verschotten, waaronder ƒ 400,= wegens vastrecht en op ƒ 1.550,= aan salaris procureur. 3. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad. 4. Wijst het meer of anders gevorderde af. Gewezen door de vice-president mr R. Orobio de Castro, fungerend president der Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 1 maart 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.