Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AB0301

Datum uitspraak2000-11-07
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers00/70 BELEI WRAKING
Statusgepubliceerd


Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZUTPHEN Meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken Reg.nr.: 00/70 BELEI WRAKING UITSPRAAK in het geding tussen: [rekwestrant], wonende te [woonplaats], rekwestrant en mr. [gerekwestreerde], rechter in de rechtbank Zutphen, gerekwestreerde, 1. Verzoek tot wraking. De brief van 21 augustus 2000 van rekwestrant. 3. Procesverloop Rekwestrant is bij brief van 5 juni 2000 uitgenodigd voor de behandeling van zijn beroep (registratienummer: 00/70 BELEI 06) ter openbare zitting van 24 augustus 2000. Vervolgens heeft rekwestrant zijn wrakingsverzoek ingediend. Gerekwestreerde heeft dit verzoek daarop in handen gesteld van de wrakingskamer. Rekwestrant is bij brief van 11 oktober 2000 uitgenodigd voor de behandeling van zijn wrakingsverzoek ter zitting van donderdag 26 oktober 2000. Bij brief van 21 oktober 2000, ter griffie ontvangen op 24 oktober 2000, heeft rekwestrant verzocht om uitstel van de behandeling ter zitting. Bij brief van 25 oktober 2000 is het uitstelverzoek van rekwestrant gehonoreerd en is hem medegedeeld dat de behandeling van zijn wrakingsverzoek zou plaatsvinden op dinsdag 31 oktober 2000. Met toepassing van artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderhavige wrakingsverzoek ter zitting van 31 oktober 2000 gevoegd behandeld met rekwestrant’s verzoek om wraking van de behandelend rechter in de procedure met registratienummer 99/1213 BESLU 58. Rekwestrant is ter zitting in persoon verschenen. Tevens is gerekwestreerde verschenen. 4. Motivering Rekwestrant heeft allereerst de wrakingskamer gewraakt om reden dat hij te laat heeft ervaren dat zijn verzoek om uitstel van de behandeling ter zitting van 26 oktober 2000 is gehonoreerd. De rechtbank heeft in haar bij rekwestrant bekende uitspraak van 24 mei 2000 (reg.nr.: 99/1213 BESLU WRAKING) overwogen dat de wet geen ruimte biedt voor een verzoek om wraking van de wrakingskamer. Aangezien voorts aannemelijk wordt geacht dat rekwestrant nog een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep wenst wordt het verzoek om wraking van de wrakingskamer buiten behandeling gelaten. Ingevolge artikel 8:15 van de Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Rekwestrant heeft zijn wrakingsverzoek als volgt verwoord: “Hierbij wraak ik de rechter, die op donderdag 24 augustus 2000 om 16.25 uur de beroepszaak met procedurenummer 00/70 BELEI 06 wil gaan behandelen (…)” Gebleken is dat rekwestrant ten tijde van de indiening van zijn wrakingsverzoek niet wist welke rechter zijn zaak behandelde. Nadat rekwestrant eerst ter zitting kennis had genomen van de identiteit van de betreffende rechter heeft hij niet alsnog feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb gesteld. Uit artikel 8:15 van de Awb blijkt dat een wrakingsverzoek gespecificeerd dient te zijn ten aanzien van de rechter waartegen het verzoek zich richt. Uit de jurisprudentie blijkt dat een wrakingsverzoek gesteld in algemene bewoordingen, zoals het onderhavige, niet voldoet aan de eisen die aan zodanig wrakingsverzoek worden gesteld en om die reden buiten behandeling dient te worden gelaten. Ter zake wordt verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 juni 1998 (nr. E03.94.1333/P80). [redactie: url('AB',http://www.rechtspraak.nl/uitspraak/show_detail.asp?ui_id=24038)] Geoordeeld wordt dat rekwestrant’s wrakingsverzoek niet voldoet aan de vereisten die de wet daaraan stelt en om die reden buiten behandeling wordt gelaten. Daarbij wordt voorts nog overwogen dat een wrakingsverzoek dat, zoals in het onderhavige geval, zodanig gebrekkig is dat de indiener daarvan niet weet welke rechter door dat verzoek wordt getroffen door de betreffende rechter zelf buiten behandeling kan worden gelaten. Ten overvloede wordt nog het navolgende overwogen. Rekwestrant heeft zijn verzoek tot wraking van de behandelend rechter gemotiveerd met de stelling dat deze rechter hem niet in de gelegenheid heeft gesteld om kennis te nemen van alle stukken in onderliggende beroepszaak. De rechtbank stelt evenwel vast dat het dossier geen schriftelijk verzoek van rekwestrant bevat om toezending van de stukken in het onderliggende geding, nr. 00/70 BELEI 06. Van een weigering door de behandelend rechter is dan ook evenmin kunnen blijken. Ter informatie van rekwestrant merkt de rechtbank nog op dat hij heeft vastgesteld dat aan rekwestrant kopieën van alle gedingstukken zijn toegezonden. Het ter zitting door rekwestrant ingediende verzoek om vergoeding van zijn proceskosten wordt niet gehonoreerd. 4. Beslissing De rechtbank, recht doende: - bepaalt dat het verzoek om wraking van de leden van de wrakingskamer buiten behandeling wordt gelaten; - bepaalt dat het verzoek om wraking van mr. [gerekwestreerde] buiten behandeling wordt gelaten. Aldus gegeven door mr. P.A. Offers, voorzitter, en mr. A.C. de Visser en mr. E.G. de Jong, rechters, en door mr. P.A. Offers in het openbaar uitgesproken op 7 november 2000 in tegenwoordigheid van de griffier. Afschrift verzonden op: