Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AB0288

Datum uitspraak2000-11-07
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers99/1213 BESLU WRAKING
Statusgepubliceerd


Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZUTPHEN Meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken Reg.nr.: 99/1213 BESLU WRAKING UITSPRAAK in het geding tussen: [rekwestrant], wonende te Apeldoorn, rekwestrant en mr. [gerekwesteerde], rechter in de rechtbank Zutphen, gerekwestreerde, 1. Verzoek tot wraking. De brief van 28 juli 2000 van rekwestrant. 3. Procesverloop Rekwestrant is bij brief van 14 juni 2000 uitgenodigd voor de behandeling van zijn verzet (registratienummer: 99/1213 BESLU 58) ter openbare zitting van 2 augustus 2000. Rekwestrant heeft vervolgens bij brief van 28 juli 2000 de rechter, die het verzet in de beroepszaak met procedurenummer 99/1213 BESLU 58 behandelt, gewraakt. Gerekwestreerde heeft dit verzoek daarop in handen gesteld van de wrakingskamer. Rekwestrant is bij brief van 11 oktober 2000 uitgenodigd voor de behandeling van zijn wrakingsverzoek ter zitting van donderdag 26 oktober 2000. Bij brief van 20 oktober 2000, ter griffie ontvangen op 24 oktober 2000, heeft rekwestrant verzocht om uitstel van de behandeling ter zitting. Bij brief van 25 oktober 2000 is het uitstelverzoek van rekwestrant gehonoreerd en is hem medegedeeld dat de behandeling van zijn wrakingsverzoek zou plaatsvinden op dinsdag 31 oktober 2000. Met toepassing van artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderhavige wrakingsverzoek ter zitting van 31 oktober 2000 gevoegd behandeld met rekwestrant’s verzoek om wraking van de behandelend rechter in de procedure met registratienummer 00/70 BELEI 06. Rekwestrant is ter zitting in persoon verschenen. Tevens is gerekwestreerde verschenen. 4. Motivering Rekwestrant heeft allereerst de wrakingskamer gewraakt om reden dat hij te laat heeft ervaren dat zijn verzoek om uitstel van de behandeling ter zitting van 26 oktober 2000 is gehonoreerd. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 24 mei 2000 (reg.nr.: 99/1213 BESLU WRAKING) overwogen dat de wet geen ruimte biedt voor een verzoek om wraking van de wrakingskamer. Aangezien het voorts aannemelijk wordt geacht dat rekwestrant nog immer een inhoudelijke beoordeling wenst van zijn verzet wordt het verzoek om wraking van de wrakingskamer buiten behandeling gelaten. Gebleken is dat rekwestrant gerekwestreerde reeds eerder in dezelfde onderliggende zaak heeft gewraakt, te weten ter zitting van 10 mei 2000. Bij uitspraak van 23 mei 2000 is dit verzoek afgewezen om reden dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid van gerekwestreerde schade zou kunnen lijden. Ingevolge artikel 8:16, vierde lid, van de Awb wordt een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter slechts in behandeling genomen indien feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker zijn bekend geworden. Zijn onderhavige wrakingsverzoek heeft rekwestrant gemotiveerd met de stelling dat gerekwestreerde hem niet in de gelegenheid heeft gesteld om kennis te nemen van de stukken in de onderliggende procedure. De rechtbank stelt evenwel vast dat het dossier geen schriftelijk verzoek van rekwestrant bevat om toezending van de stukken in het onderliggende geding, nr. 99/1213 BESLU 58. Van een weigering door de behandelend rechter is dan ook evenmin kunnen blijken. Gelet op het vorenstaande is niet gebleken van nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:16, vierde lid, van de Awb. Het vorenoverwogene leidt dan ook tot het oordeel dat het onderhavige verzoek om wraking buiten behandeling dient te worden gelaten.. Ten overvloede wordt nog overwogen dat ingeval na een eerder wrakingsverzoek van dezelfde verzoeker door hem bij een volgend wrakingsverzoek in dezelfde zaak geen nieuwe feiten of omstandigheden worden gesteld de behandelend rechter op grond van artikel 8:16, vierde lid, van de Awb zodanig wrakingsverzoek zelf buiten behandeling kan laten. Het volgende wordt nog overwogen. Ingevolge artikel 8:18, vierde lid, van de Awb kan de rechtbank in geval van misbruik bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Geoordeeld wordt dat rekwestrant gelet op het feit dat hij voor de tweede maal zonder het stellen van concrete feiten en/of omstandigheden in dezelfde zaak gerekwestreerde heeft gewraakt misbruik maakt in de zin van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb. De rechtbank bepaalt dan ook dat een volgend verzoek om wraking van gerekwestreerde in het onderhavige dossier buiten behandeling wordt gelaten. Het ter zitting door rekwestrant ingediende verzoek om vergoeding van zijn proceskosten wordt niet gehonoreerd. 4. Beslissing De rechtbank, recht doende: - bepaalt dat het verzoek om wraking van de leden van de wrakingskamer buiten behandeling wordt gelaten; - bepaalt dat het verzoek om wraking van mr. [gerekwestreerde] buiten behandeling wordt gelaten. Aldus gegeven door mr. P.A. Offers, voorzitter, en mr. A.C. de Visser en mr. E.G. de Jong, rechters, en door mr. P.A. Offers in het openbaar uitgesproken op 7 november 2000 in tegenwoordigheid van de griffier. Afschrift verzonden op: