Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AB0222

Datum uitspraak2000-11-30
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats's-Gravenhage
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAWB 00/2543 WAV
Statusgepubliceerd


Indicatie

WAV / facultatieve weigeringsgrond / Convenant Personeelsvoorziening Binnenvaart. De gevraagde vergunning is - uitsluitend - geweigerd omdat de vreemdeling ouder is dan 45 jaar. Naar het oordeel van de rechtbank had verweerster deze facultatieve weigeringsgrond niet mogen tegenwerpen. Arbeidsvoorziening heeft zich in artikel 7 van het Convenant Personeelsvoorziening Binnenvaart verplicht om werkgevers die hun vacature overeenkomstig de in artikel 2 van het Convenant voorgeschreven wijze hebben gemeld in het bezit te stellen van een tijdelijke tewerkstellingsvergunning. In dit Convenant wordt géén leeftijdseis gesteld. Voor zover verweerster zou bedoelen te stellen dat Arbeidsvoorziening zich, in situaties waarin aan het Convenant is voldaan, de bevoegdheid heeft willen voorbehouden tot het hanteren van een wettelijke facultatieve weigeringsgrond, zou naar het oordeel van de rechtbank niets meer voor de hand hebben gelegen dan dat dit uitgangspunt in het Convenant regeling zou hebben gevonden. Uit de omstandigheid dat verweerster zich deze bevoegdheid in artikel 3 van het Convenant uitdrukkelijk wél heeft voorbehouden voor met name omschreven situaties, waarin niet aan het Convenant is voldaan, valt naar het oordeel van de rechtbank a contrario af te leiden dat een facultatieve weigeringsgrond in andere situaties niet wordt tegengeworpen. Eiseres heeft aan alle voorwaarden van het Convenant voldaan. Het stond verweerster niet vrij de vergunning in afwijking van de in artikel 7 vastgelegde bereidverklaring te weigeren. Beroep gegrond; tewerkstellingsvergunning verleend.


Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK 'S GRAVENHAGE sector bestuursrecht vreemdelingenkamer, enkelvoudig Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ingevolge de artikelen 8:67 Algemene wet bestuursrecht en 33a Vreemdelingenwet Reg.nr.: AWB 00/2543 WAV Inzake: A, gevestigd te B, eiseres, gemachtigde mr. J.H. Abelen, advocaat te Groningen, tegen: de Algemene Directie voor de Arbeidsvoorziening, verweerster, gemachtigde mr. W.F. Jacobson. 1. ZITTING Datum: 30 november 2000. Zitting hebben: mr. H. Ollermann, lid van de enkelvoudige kamer, C.A.Y. Morison-Libourel, griffier. Ter zitting zijn zowel eiseres als verweerster verschenen bij gemachtigde, Tevens was de Heer Wagenaar, een vertegenwoordiger van eiseres, aanwezig. Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten, heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan als onder 3. vermeld. 2. OVERWEGINGEN 1. In geschil is de handhaving d.d. 28 januari 2000 van de niet-inwilliging van de aanvraag van eiseres om de verlening van een tewerkstellingsvergunning voor C, geboren op [...]1951 en van Tsjechische nationaliteit (hierna ook: de vreemdeling), voor het verrichten van arbeid aan boord van het binnenvaartschip Sirius in de functie van matroos/stuurman. 2. De gevraagde vergunning is - uitsluitend - geweigerd op de in artikel 9, aanhef en onder d, van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV) genoemde grond. Dit voorschrift bepaalt dat een tewerkstellingsvergunning kan worden geweigerd indien het een niet eerder toegelaten vreemdeling betreft, wiens leeftijd niet valt binnen bij ministeriële regeling gestelde leeftijdsgrenzen. Ingevolge artikel 9 van het Delegatie- en uitvoeringsbesluit WAV kan een tewerkstellingsvergunning worden geweigerd ten aanzien van een niet eerder toegelaten vreemdeling die jonger is dan 18 jaar en ouder dan 45 jaar. Uit beide zojuist bedoelde bepalingen komt onmiskenbaar naar voren dat het hier gaat om een facultatieve weigeringsgrond. Het standpunt van verweerster dat sprake is van een gebonden beschikking en dat zij gehouden was de vergunning op de in artikel 9, aanhef en onder d van de WAV vermelde grond aan eiseres te onthouden, geeft derhalve blijk van een onjuiste lezing van die bepaling. Zoals de rechtbank meermalen heeft overwogen, laatstelijk bij uitspraak van de meervoudige kamer van 6 juni 2000, reg. nr AWB 99/9070 WAV, doet de dwingende formulering van paragraaf 34 van de uitvoeringsregels de facultatieve strekking van de onderhavige weigeringsgrond geweld aan en dient die paragraaf om die reden buiten toepassing te blijven. De inhoud van die paragraaf kan verweerster derhalve niet baten. Vervolgens is aan de orde de vraag of, indien verweerster een belangenafweging zou hebben uitgevoerd, zij in redelijkheid de toegepaste weigeringsgrond had mogen tegenwerpen. Deze vraag leent zich naar het oordeel van de rechtbank niet voor bevestigende beantwoording. Van belang is daarbij dat in het op 24 april 1997 door de Arbeidsvoorziening Nederland met werkgevers- en werknemersorganisaties gesloten "Convenant Personeelsvoorziening Binnenvaart" gedetailleerde afspraken zijn gemaakt waarbij partijen over en weer zekere verplichtingen zijn aangegaan en Arbeidsvoorziening op zich heeft genomen extra bemiddelingsinspanningen te leveren. Tevens heeft die dienst zich in artikel 7 van het Convenant verplicht om werkgevers die hun vacature overeenkomstig de in artikel 2 van het Convenant voorgeschreven wijze hebben gemeld in het bezit te stellen van een tijdelijke tewerkstellingsvergunning voor maximaal 12 maanden, welke zonodig zal worden verlengd. Gebleken is dat in dit Convenant - hetwelk in april 1999 is geëxpireerd maar aan de inhoud waarvan verweerster zich blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting gebonden is blijven achten - in het geheel geen leeftijdseis wordt gesteld. Voor zover verweerster zou bedoelen te stellen dat Arbeidsvoorziening zich, in situaties waarin aan het Convenant is voldaan, de bevoegdheid heeft willen voorbehouden tot het hanteren van een wettelijke facultatieve weigeringsgrond, zou naar het oordeel van de rechtbank niets meer voor de hand hebben gelegen dan dat dit uitgangspunt in het Convenant regeling zou hebben gevonden. Dit is niet geschied, integendeel. Uit de omstandigheid dat verweerster zich deze bevoegdheid in artikel 3 van het Convenant uitdrukkelijk w‚l heeft voorbehouden voor met name omschreven situaties, waarin niet aan het Convenant is voldaan, valt naar het oordeel van de rechtbank à contrario af te leiden dat een facultatieve weigeringsgrond in andere situaties niet wordt tegengeworpen. Verweerster heeft bovendien ter zitting desgevraagd de stelling van eiseres bevestigd dat eiseres aan alle voorwaarden van het Convenant heeft voldaan. Voort is gesteld, noch gebleken dat in dit geval tevens nog sprake is van de toepasbaarheid van een dwingende weigeringsgrond. Een en ander voert tot de slotsom dat het verweerster, nu zij zich gebonden acht aan de inhoud van het Convenant, niet vrijstond de vergunning in afwijking van de in artikel 7 vastgelegde bereidverklaring, te weigeren. Het beroep is derhalve gegrond en het bestreden besluit vatbaar voor vernietiging. De rechtbank acht bovendien termen aanwezig om met toepassing van het vierde lid van artikel 8:72 Awb op een wijze als hieronder aangegeven zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op f 1.420,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van f 710,- en wegingsfactor 1). 3. BESLISSING De Arrondissementsrechtbank 's-Gravenhage, RECHT DOENDE: 1. verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit; 2. bepaalt dat haar uitspraak voor dat besluit in de plaats treedt; 3. herroept het primaire besluit; 4. verklaart het bezwaar alsnog gegrond; 5. verleent aan eiseres de gevraagde tewerkstellingsvergunning; 6. veroordeelt verweerster in de proceskosten ad f 1.420,-, onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden (de Algemene Directie voor de Arbeidsvoorziening) als rechtspersoon die deze kosten aan eiseres dient te vergoeden; 7. gelast dat de Staat der Nederlanden als rechtspersoon het door eiseres betaalde griffierecht ad f 450,- vergoedt. 4. RECHTSMIDDEL Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. Verzonden op: