Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AB0024

Datum uitspraak2001-02-06
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Zutphen
Zaaknummers37507 / KG ZA 01-49
Statusgepubliceerd


Uitspraak

PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZUTPHEN rolnummer : 37507 / KG ZA 01-49 vonnis van : 6 februari 2001 Vonnis in kort geding in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Cijfers & Letters Lichtreklame Apeldoorn B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Apeldoorn, eiseres bij dagvaarding van 25 januari 2001, procureur: mr. L.W. Houten, tegen: [gedaagde] wonende te [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. G.S. Beumer te Velp. 1. DE FEITEN In dit geding wordt van het volgende uitgegaan. Cijfers en Letters is een bedrijf dat zich bezighoudt met de fabricage en verkoop van letters, lichtreclame, zeefdrukwerk, graveerwerk, reclameborden, tekstborden, bewegwijzering en reclameartikelen. Op 25 januari 1990 is [gedaagde] bij Cijfers en Letters in dienst getreden. Oorspronkelijk als commercieel administratief medewerker doch vanaf 1 januari 1991 als assistent-bedrijfsleider. Sinds medio 1998 bekleedt [gedaagde] de functie van bedrijfsleider. Partijen hebben hun arbeidsovereenkomst op 7 januari 1991 schriftelijk vastgelegd. Artikel 8 lid 1 van deze overeenkomst luidt als volgt: · "1. Het is de werknemer verboden om gedurende het dienstverband alsmede gedurende één jaar na beëindiging daarvan in Nederland en de landen daar buiten, waarin de B.V. werkzaam is, in enigerlei vorm een zaak gelijk, gelijksoortig, of aanverwant aan de B.V. te drijven, mede te drijven of te doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm ook bij een dergelijke zaak belang te hebben of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel te hebben van welke aard dan ook." Het aanvangsalaris van [gedaagde] bedroeg ¦ 3200,-- bruto per maand, het laatst door [gedaagde] verdiende salaris was ¦ 7500,-- bruto per maand. Sinds 19 oktober 2000 heeft [gedaagde] zich zelfstandig gevestigd en heeft zijn bedrijf ingeschreven onder de naam Nedlite Lichtreclame B.V.. Per 1 januari 2001 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen geëindigd 2. DE VORDERING, DE GRONDEN EN HET VERWEER Cijfers en Letters vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom aan haar van ¦ 2000,-- per dag voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de veroordeling na betekening van dit vonnis niet wordt nagekomen, te veroordelen zich aan het in de schriftelijke arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding te houden, in het bijzonder zijn activiteiten met betrekking tot zijn nieuw opgerichte onderneming Nedlite Lichtreclame B.V. i.o. met onmiddellijke ingang te staken en voorts [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure. Aan deze vordering legt zij het volgende ten grondslag. Reeds tijdens zijn dienstverband heeft [gedaagde] zich schuldig gemaakt aan activiteiten die nadelig zijn voor Cijfers en Letters. Zo heeft hij, nadat hij zijn eigen bedrijf had opgericht, zaken gedaan of geprobeerd te doen met Medea B.V. en Optiko Montage, beiden vaste relaties van Cijfers en Letters. Ook is het Cijfers en Letters bekend geworden dat [gedaagde] vaste relaties van haar heeft bezocht en daar heeft medegedeeld dat hij in de loop van februari 2001 met zijn eigen onderneming zal gaan beginnen. [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop zo nodig in het hierna volgende zal worden ingegaan. 3. DE BEOORDELING 3.1 Kernpunt in dit geschil is, of het aannemelijk is dat de bodemrechter, indien gevorderd, tot de conclusie zal komen dat het indertijd tussen partijen overeengekomen non-concurrentiebeding nog steeds tussen partijen van kracht is. [Gedaagde] betwist dit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Sinds 1991 is zijn functie ingrijpend gewijzigd. Toen hij aantrad was er geen duidelijke functieomschrijving en die is er nog steeds niet. Het kwam er echter op neer dat hij verantwoordelijk was voor een deel van de interne organisatie van het bedrijf; voor de verkoop buitendienst was een vertegenwoordiger in dienst. In de loop der jaren, mede ten gevolge van een verhuizing in 1996, ging hij zich steeds meer bezig houden met de leiding binnen Cijfers en Letters en de verkoop buitendienst. Vanaf eind 1997 werd hij ook verantwoordelijk voor het personeelsbeleid. Zijn oorspronkelijk intern gerichte functie is aldus geëvolueerd in een sterk externe. Het gevolg hiervan is geweest dat het non-concurrentiebeding aanzienlijk zwaarder op hem is gaan drukken waardoor het opnieuw had moeten worden overeengekomen. Als reactie op dit gemotiveerde verweer heeft Cijfers en Letters volstaan met op te merken dat het takenpakket en de verantwoordelijkheden van [gedaagde] gedurende al de jaren niet of nauwelijks zijn gewijzigd Cijfers en Letters heeft nagelaten deze reactie nader met stellingen dan wel met stukken te onderbouwen. Weliswaar heeft zij opgemerkt dat de naamwijziging in de loop van 1998 van de functie van [gedaagde] van assistent- bedrijfsleider in die van bedrijfsleider niet was ingegeven door een wijziging in de aard van zijn werkzaamheden. Dit lijkt evenwel niet erg aannemelijk nu [gedaagde] ook rond die tijd, in januari 1998 een salarisverhoging van ¦ 1450,-- bruto per maand ontving. 3.3 Op grond hiervan is het bepaald niet uitgesloten dat de bodemrechter tot de conclusie zal komen dat er wel degelijk sprake is geweest van zodanige wijzigingen in de arbeidsverhouding tussen partijen dat het non-concurrentiebeding uit 1991 aanzienlijk zwaarder op [gedaagde] is gaan drukken en dat het op die grond zijn werking heeft verloren. 3.4 De vordering zal dan ook reeds hierom worden afgewezen zodat de andere verweren van [gedaagde] geen bespreking meer behoeven. 3.5 Cijfers en Letters zullen als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten. 4. BESLISSING De President, rechtdoende in kort geding: wijst de vordering af; veroordeelt Cijfers en Letters in de kosten van het geding welke voor zover gevallen aan de zijde van [gedaagde] tot op deze uitspraak worden begroot op ¦ 400,-- wegens verschotten en ¦ 1550,-- wegens salaris gemachtigde. Aldus gewezen door mr. A.C. de Visser, fungerend president en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.