
Jurisprudentie
AB0020
Datum uitspraak2000-12-21
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200002401/1
Statusgepubliceerd
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200002401/1
Statusgepubliceerd
Uitspraak
Raad
van State
200002401/1,
Datum uitspraak: 21 december 2000.
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Haarlem van 13 april 2000 in het geding tussen:
appellant
en
burgemeester en wethouders van Wormerland.
1 . Procesverloop
Bij besluit van 2 april 1997 hebben burgemeester en wethouders van Wormerland (hierna: burgemeester en wethouders) geweigerd appellant een vergunning te verlenen voor het planten van bomen op het perceel gelegen aan de [straat] te [woonplaats], kadastraal bekend sectie […], nummers [nummers].
Bij besluit van 30 september 1997 hebben burgemeester en wethouders het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit en het advies van de Commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van 3 september 1997, waarnaar in het besluit wordt verwezen, zijn aangehecht.
Bij uitspraak van 13 april 2000, verzonden op die dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 16 mei 2000, bij de Raad van State ingekomen op 18 mei 2000, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 17 juli 2000 hebben burgemeester en wethouders een memorie van antwoord ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 november 2000, waar burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door A.M.C. Warmenhoven, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
Appellant is niet verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het hoger beroep richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat voor het planten van de bomen, met uitzondering van de fruitbomen, een aanlegvergunning is vereist, welke vergunning door burgemeester en wethouders terecht is geweigerd.
2.2. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Landelijk gebied 1974".
Ingevolge artikel 4, lid 7.1, aanhef en onder 7.1.2., van de planvoorschriften is het - voor zover hier van belang - verboden zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders grond te beplanten voor zover deze grond is gelegen buiten de bouwvlakken. Ingevolge artikel 4, lid 7.2, aanhef en onder 7.2. 1., van de planvoorschriften - voor zover hier van belang - geldt dit verbod niet voor het planten van fruitbomen.
2.3. Het is de Afdeling uit de stukken gebleken dat op het perceel geen bouwvlak is voorzien, zodat voor het planten van de bomen - met uitzondering van de fruitbomen - een aanlegvergunning is vereist.
Burgemeester en wethouders hebben de vergunning geweigerd omdat het aanbrengen van de beplanting de landschappelijke openheid van het poldergebied [polder] aantast, hetgeen in strijd is met de uitgangspunten van het bestemmingsplan. Wel voeren burgemeester en wethouders een beleid waarbij een aanlegvergunning wordt verleend voor een windsingel indien zulks om fruitteelttechnische redenen noodzakelijk is. Gebleken is dat die situatie zich ten tijde van het nemen van het besluit van 30 september 1997 niet voordeed. Gelet hierop ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat burgemeester en wethouders ten onrechte de vergunning hebben geweigerd. De rechtbank is tot hetzelfde oordeel gekomen.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.R. Bakker, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Bastein, ambtenaar van Staat.
w.g. Bakker w.g. Bastein
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2000.
13. Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,